Competitie in Kringloopland

Gemeentelijke kringloopwinkel Piekfijn schijnt niets te leren van Opnieuw & Co, letterlijk en figuurlijk een grote concurrent die een paar meter verderop neergestreken is.

Natuurlijk is het interessant om een analyse van de meest succesvolle bedrijven ter wereld te maken, maar is het ook realistisch als aandelenanalisten al bijvoorbaat gaan stijgeren als het kwartaalresultaat afwijkt van hun voorspelling in plaats van andersom? Sowieso, als een man 150 miljard (1) kan verdienen in twee decennia, is er dan niets mis met de veelgeprezen marktwerking?

De wet van vraag en aanbod geldt ook voor het ‘laagste’ segment en is daar veel beter observeerbaar. Al jaren haal ik bierglazen bij de kringloopwinkel. De voorraad was inmiddels ver geslonken en ik ging weer eens langs.

On-Rotterdamse Treurigheid

Schandalig, restanten “tweedehands verf” voor een euro kilo. Nieuwe verf is net zo gek, twee euro per kilo. Ooit van de Action gehoord, Piekfijn?

Tot voor kort had de gemeente het monopolie in de stad en ik moet zeggen, die kringloopwinkels zijn een van de weinige schandvlekken op het blazoen van mijn Maasstad. Bij Piekfijn liggen de prijzen hoog, 140 euro voor een tweedehands fiets iemand? Marktplaats is goedkoper. Een ander voorbeeld: een strijkijzer zonder snoer voor 10 euro, ronduit belachelijk en nog gevaarlijk ook. Je moet er zelf het snoer opzetten en weten dat je daar met linnen omkleed kabel voor gebruikt vanwege brandgevaar. Een plastic snoer smelt meteen als het met een heet strijkijzer in aanraking komt. Voor je het weet heb je kortsluiting of brandt je huis af.

Nadat ik het snoer gezien had, liep ik langs de electronica, de handelswaar leek lukraak in een hoek gesmeten. Kabels zijn niet netjes opgeschoten met een tie-wrap, maar alles door elkaar. Wie kan het wat schelen, schamperde ik tegen mijzelf.

De gemeentelijke kringloopwinkels stralen een soort treurigheid uit, zelfs de mensen die er werken kijken niet blij. Dat is me al vaker opgevallen. Loop je langs, geen hallo of wat. Als je ze zelf groet, kijken de medewerkers je aan alsof je van Mars komt.

Als het echter op gebruikte spullen innemen aankomt, hebben ze ineens kapsones. Ik ben tegen weggooien van goede spullen en een tijdje geleden hielp ik een vriendin een oude stoel wegbrengen. De medewerker vond het eigenlijk niks die prima stoel die alleen een beetje oud was. Over kapsones gesproken. “We kijken even en anders gaat ie de kraker in.” Plak er een briefje op: “Moet weg, 10 euro” en voor het einde van de dag neemt iemand ‘m mee. Normaal zou ik een grapje maken over kringloopmedewerkers die teveel verdienen en daarom hun neus ophalen voor zo’n stoel, maar ik geloof niet dat de mensen bij Piekfijn – zou het misschien aan de naam liggen? – veel meer dan het minimumloon verdienen. Het is een on-Rotterdams vervelende winkel.

Wankoop van de week

Wat te denken van een klein TVtje – ik schat 24 of 28 inch, zonder afstandsbediening voor 75 euro? Het is een onbekend merk dus een vervangende afstandsbediening wordt moeilijk en kostbaar. Gelukkig heeft het apparaat wel DVD aan boord. Altijd nutteloos in de tijd van Netflix en Blu Ray.

Die groene sticker voorop is ook niet handig – en een teken van totale desinteresse in wat je verkoopt.

Net even gekeken en Bol.com verkoopt voor 149 euro een prima 32 inch TV, heb je er ook nog garantie op. On-Rotterdams schandalig.

Een kringloopwinkel heeft meerdere functies. Het gaat verspilling tegen, hergebruik is goed voor het milieu en het is een uitkomst voor mensen met een kleine portemonnaie. OK, ik ben een buitencategorie omdat ik er alleen voor bierglazen kom iedere paar jaar. Het is nou eenmaal leuk als je bierglazen in alle soorten en maten met merkjes erop hebt.

Lichtend voorbeeld

grote kringloopwinkel Opnieuw & Co, Rotterdam

Groot he?

Tegenover mijn tankstation is onlangs een nieuwe gigantische kringloopwinkel geopend, 2200 vierkante meter – de gemiddelde supermarkt past daar met gemak een paar keer in. Voor ik naar Piekfijn ging, had ik bij Opnieuw & Co gekeken. Mijn mond viel open van verbazing en dat lag niet aan het gigantische vloeroppervlak. Er was goed over de opzet nagedacht. Heel slim begint de winkel met een brocanterie. Een stoel van grootmoeder is ouwe meuk, maar zet er een dozijn bij elkaar, strooi er wat aardewerk door en je hebt een brocanterie. Het doet niet onder voor de gemiddelde antiekwinkel, wat ook meteen de willekeur aangeeft hoeveel iets waard is.

Op de benedenverdieping staan verder de meubels – ik telde diverse tweepersoonbedden – kleding, witgoed en fietsen. Fietsen zijn hier overigens ook 140 euro. Van steigerhout waren een aantal bakken voor fotolijstjes getimmerd, weer zo’n handig idee. Het beste idee overigens is een klein cafeetje waar je thee en koffie kunt drinken en een tosti of een broodje ei eten voor EUR 1,25. Waarom niet dacht ik? Opnieuw & Co zit op een klein industrieterrein dat tegen de spoorlijn aanligt. Met de bedrijfjes daar heb je altijd aanloop. Mensen die er een betaalbaar broodje eten, zullen vaak even rondlopen en voor je het weet, heb je extra omzet op je kassa staan.

Als je met de trap naar boven loopt, wordt je verrast doordat alle plastic gebruiksvoorwerpen op kleur staan gesorteerd, geel bij geel, rood bij rood en idem voor blauw. Ook het glaswerk staat netjes gesorteerd, een verademing vergeleken met de gemeentelijke kringloopwinkels. Er is goed over nagedacht en de boel wordt netjes bijgehouden.

Is het rendabel?

Zo kan het dus ook. Een helder bord bij de ingang waar je club voor staat.

Als controller vraag je jezelf natuurlijk meteen af of het rendabel is, zeker met zo’n grote winkel. Opnieuw & Co heeft geen winstoogmerk, maar moet natuurlijk wel quitte draaien. De helft van de omzet gaat op aan personeelskosten en een kwart aan huisvesting. Ondanks dat er altijd volk in de winkel is, is je gemiddelde kassaomzet relatief laag. De grootte van de winkel maakt ook dat je veel medewerkers nodig hebt. Het bord bij de ingang spreekt van 500 medewerkers over vijf filialen, maar ja hoeveel voltijdsbanen zijn dat?

Het is niet alleen het vloeroppervlak – en daarmee de keuze – die de kringloopwinkel aantrekkelijk maakt. Ook de lichte, verzorgde uitstraling doet het erg goed. Net zo belangrijk zijn de goederen die mensen weggeven aan kringloopwinkels. De gemeentelijke kringloopwinkel kan op weinig sympathie van de meeste mensen rekenen. Nu er een alternatief is, vermoed ik dat de goederenstroom richting Piekfijn een stuk kleiner wordt.

Ik denk dat het bij Opnieuw & Co anders is. De winkel zelf is een positieve ervaring, erg belangrijk voor de gunfactor als je gebruikte spullen wilt wegdoen. Daarnaast werkt Opnieuw & Co samen met diverse instellingen, waaronder een MBO opleiding. Met 500 medewerkers kan dat alleen maar positief uitvallen voor wat mensen doneren.

Als je je zorgen maakt over je baan, kun je natuurlijk ook zelf initiatief nemen en bijvoorbeeld het glaswerk eens sorteren.

Ondanks alles lijkt zo’n grote kringloopwinkel een gewaagde onderneming, zeker als over een tijdje de nieuwigheid er vanaf is. De concurrentie is er echter niet gerust op. Toen ik mijn bierglazen bij Piekfijn afrekende, raakte ik aan de praat, ja dat is niet onmogelijk bij Piekfijn. “Zijn er veel mensen?” vroeg de dame achter de kassa. Zij begrijpt prima dat er een stevige concurrent bijgekomen is. Haar baas echter reageert halfhartig – en gesubsidieerd – door alle meubels boven de 20 euro gratis te bezorgen in de regio. Er wordt gratis geleverd als het kengetal voor de vaste telefoon met 010 begint. Zelfs als je inkoopprijs nul is, verdien je niks als je een kast van 20 euro met twee man in Pernis moet afleveren. Op zo’n manier zijn het duurbetaalde minimumloon banen.

Misschien dat het management van Piekfijn harder zijn best moet gaan doen om het bestaan te blijven rechtvaardigen. Niets zo goed als een beetje concurrentie. Behalve misschien een lekker biertje bij deze tropische temperaturen in een mooi bierglas. Proost!

  1. Een van de meest interessante analyses over Amazon staat in “The Four: The Hidden DNA of Amazon, Apple, Facebook, and Google” (2017) van Scott Galloway

Waterijs Alarm

Een land waar het grootste zomerprobleem een tekort aan waterijs is, is gezegend. Hoe leg je dat uit?

Zeg nou zelf, het leven wordt niet beter dan dit. Ja, voor veel mensen zijn de tropische temperaturen een hel, maar genieten van wat Gaia je geeft is ook een kunst.

Als je mijn blog een beetje gevolgd hebt, weet je dat Rio de Janeiro in minder dan een week voor altijd mijn hart gestolen heeft. Protestant of katholiek, carnaval in de stad van de januari-rivier bekeert je. De details laat ik voor alle zekerheid weg, maar geloof mij, het is voor iedereen!

Terwijl het op het zuidelijk halfrond winter is – geen zorgen, in Rio is het nog steeds 20 graden – beleeft ons kikkerlandje de golf aller hittes. Mijn officiele Rotterdam gsm-temperatuur-meting leert dat het gisteren 38 graden was. Vandaag gaat dezelfde kant op. Geweldig toch? Fantastisch, met één kleine uitzondering, de waterijsjes zijn op. Verwacht iemand iets anders?

In een wereld vol oorlog, ellende en ondervoeding, is een waterijs-alarm toch het mooiste wat je kunt wensen? Hoe bevoorrecht kun je zijn? Om duistere redenen – mijn schrijvende medemens worstelt blijkbaar met een 24/7/365 ijskoud hart – ben ik de enige die er de schoonheid van inziet. Vraag het je opoe, achtergrootoom of wie dan ook, niemand kan zich een waterijsalarm herinneren. Ooit.

Ja het is niet koud buiten en de ijsjes raken op. Ben dankbaar voor wat we hebben. Dat betekent overigens niet dat we ons geen zorgen over de toekomst moeten maken. Best lastig met een kabinet dat de industrie laat beslissen over de toekomst van statiegeld. Als iedereen in Nederland statiegeld wil, hoe ondemocratisch handelt ons kabinet dan eigenlijk?

Terug naar 38 graden in Rotterdam. In mijn hoofd hoor ik een kakafonie van Nederlandstalige liedjes. De eerste is van Rob de Nijs en de laatste van Gerard Cox. Daar tussenin zit Ali B. Samen overbruggen “Het werd zomer“, “Zomervibe” en “Het is weer voorbij die mooie zomer” de paar zonnige weken die we hebben in Nederland.

Ja, het is warm. Geniet ervan. Met of zonder raket-ijsje. Voor je het weet is het kerstmis, geen sneeuw en 13 graden en je zucht “het is weer voorbij die mooie zomer”. De zomer die begon in april.

Kopfoto gemaakt door Lindsay Moe, gevonden op Unsplash

Huizenmarkt Als Heks

Het Algemeen Dagblad kopt vandaag: ‘Oudere huizenbezitter wil overwaarde cashen, maar zit vast in zijn woning.’ Ach gossie, wat had je dan verwacht?

Leuk he, toen halverwege jaren negentig RTL’s Eigen Huis En Tuin – en aanverwante gesponsorde programma’s- de huizenmarkt tot op grote hoogte jaagden? Helaas. Je huis zal maar drie keer over de kop zijn gegaan en je kunt het aan niemand verkopen omdat ze het niet kunnen betalen. Dat de banken het willen financieren is een ander verhaal.

Kinderen de deur uit en dan? Zelf ben ik opgegroeid in Roosendaal. Iedere keer als ik er kom, slaak ik een zucht van verlichting dat ik tegenwoordig in Rotterdam woon. Eerlijk is eerlijk, sinds de burgemeester de coffeeshops heeft verbannen, het Brabantse plaatsje ligt een paar kilometer van de Belgische grens, achtervolgen drugcriminelen elkaar al schietend vanuit de straat waar mijn zevenjarig nichtje opgroeit tot recht voor het politiebureau. “Ja broer, de tijden zijn veranderd sinds wij klein waren.” Dat betekent ook dat we met z’n allen dankbaar moeten zijn voor hoe dom sommige criminelen zich gedragen.

De figuren op het pluche ondertussen? Waarom zouden we hen geen rendements-eis opleggen? Ha ha, valstrikvraag. De pluchionairs zijn immers degenen die de wetten maken. Oeps.

OK, dat was een vrij extreem voorbeeld, maar ja, wat doe je in je ‘gouden jaren’ – emmertje iemand? – als niemand kan betalen wat je huis niet waard is? RTL aanklagen? Sinds John de Mol de succesnummers heeft weggekaapt, valt ook daar niet veel meer te halen.

Een huis is om in te wonen, beetje betaalbaar dus. Aan het einde van de rit heb je een appeltje voor de dorst. Helaas, sinds Airbnb – ik vermoed dat ze niet werkzaam zijn in Roosendaal – gaat dat zo niet meer. Een huis is niet om in te wonen, maar om je opbrengst te maximaliseren, desnoods neem je de kinderen mee naar de camping. Iedereen weet tenslotte dat overal in Nederland er 220 Volt uit het stopcontact komt. Kun je dat witte hemd voor op kantoor prima mee strijken.

En de kinderen? Die vertel je gewoon dat het leven een groot feest is, als in altijd kamperen, een camping met hindernissen weliswaar. In de rij voor de [gemeenschappelijke] douche, in de rij om tanden te poetsen bij een groezelige wasbak en hop naar school.

Dagen, weken, maanden of jaren, het maakt niet uit. Jouw kinderen zullen nooit genoeg geld hebben om een eensgezinswoning te kopen – een van het soort waar ze in opgegroeid zijn. Over geboorteonrecht gesproken.

Jij ondertussen, zoekt wanhopig naar een koper voor dat huis waar iedereen ‘van droomt’. Ken je die megahit van Marco Borsato nog: “Dromen zijn bedrog?” Het is “de waarheid.”

Kopfoto gemaakt door Blake Wheeler, gevonden op Unsplash.

Geldhaai Krijgt Deksel op Neus

Niemand wordt harder uitgebuit dan mensen die geen geld hebben. Heb je pegels, wil iedereen het. Toeslagen, garantstelling? “Daar doen wij niet aan geachte client.” Heb je niks te makken, wordt je tot de laatste druppel leeggezogen.

Flitskredieten zijn niet meer dan uitstel van executie. De slimste ben ik zeker niet, maar rekenen kan ik als de beste. Ook ben ik een beetje naief, ik dacht altijd dat rente een vergoeding is voor alle kosten die een geldverstrekker maakt. Zo werkt het tegenwoordig niet meer.

Misschien ligt dat laatste ook wel een beetje aan de Nederlandse Staat. Graaiende politici die vinden dat het gepeupel – u en ik dus – teveel geld hebben en bovenop de boete administratiekosten zijn gaan rekenen.

Een flitskrediet is niet meer dan een kortlopende lening. De gouden regel is, hoe langer het krediet loopt, hoe lager de rente. In de prakijk is het heel soms tegenovergesteld – een omgekeerde rentestructuur – maar dan zit de economie in zwaar weer.

Stel je komt 100 euro tekort. Volgende maand komt je salaris weer, maar je moet het geld nu hebben. De flitskredietmeneer, of -mevrouw, wil je graag helpen. Wanhopig graag zelfs. Voor een kleine vergoeding, de basisrente is zeer redelijk, heb je vandaag nog die honderd hardnodige pegels op je bankrekening staan. Een belangrijk detail: de geldverstrekker wil wel zijn centen terug. Logisch, iedere bankier weet dat mensen die bereid zijn astronomische rentes te betalen, geen enkele intentie hebben om de hoofdsom terug te storten.

Naast de rente wordt je gevraagd om een verzekering of garantstelling af te sluiten. Dat is even slikken, het kost een paar centen. Maar ja, aan wanhoop wordt genadeloos grof geld verdiend en de meeste mensen kunnen toch niet rekenen. Je gaat zuchtend accoord. Als je goed met cijfers was geweest – of niet wanhopig – had je naar een andere oplossing gekeken. Nu trap je in Mammon’s flitsfuik. De honderd euro die je leent, betaal je meer dan dubbel terug. Onafhankelijke, eerlijke financiele tovenaars hebben berekend dat op jaarbasis je het geleende bedrag wel tot zeven keer terug betaald: ofwel 600 procent rente. Dat is het soort hulp waarvan je van de regen in de oceaan raakt, met een molensteen van 666 kilo om je nek. Einde oefening. Blub.

In een recente zaak verloor het ‘ongeveer’ in Finland gevestigde Loan Rider van een flitskredietnemer. Loan Rider argumenteerde dat een man die voor een maand 350 euro had geleend, bovenop de rente nog 87.50 euro aan garantstellig moest betalen. Daardoor sprongen de totale kosten naar dik 300 procent op jaarbasis, terwijl in ons land momenteel een maximale rente van 14 procent geldt. De geldhaai claimde dat de bijna 100 euro aan verzekering niets te maken had met de rente die werd gerekend. De rechter was het niet met de haaibaai eens. Heb ik voor een keer toch gelijk, rente behoort alle regulier kosten van een geldverstrekker te dekken.

De Autoriteit Financiele Markten had daarvoor een rechtzaak verloren over het feit of ze zeggenschap hebben over buitenlandse flitskredietverstrekkers. Nee, die vallen niet onder de regels van de Autoriteit Financiele Markten en konden via het internet uitbuitingzaken blijven doen. Deze uitspraak verandert dat. Voor flitskredietvogels valt er voortaan weinig te verdienen. Het wordt overigens hoog tijd dat de Europese Unie wetgeving maakt die ervoor zorgt dat online-aanbieders gebonden worden aan de wetten die gelden in het land van hun klant.

Waarom de Europese Unie? Van onze eigen regering hoeven we niet veel te verwachten, denk maar eens aan het gedraai van parlementaire kontjes op het fluweelzachte pluche als het op statiegeld aankomt.

Kopfoto gemaakt door Lubo Minar, gevonden op Unsplash.

Tranen in Blijdorp

Het is maar net aan welke kant van het glas je geboren wordt.

Een bezoek aan de dierentuin stemt vooral triest. Dieren in gevangenschap zal nooit veranderen. Hoe we met ze omgaan en de hoeveelheid geluk (lees ruimte) die we ze bieden, hopelijk wel.

Waarom het 50 jaar duurt voor het opvalt, ik weet het niet. Wat is dat met apen? Die vraag ligt op ieders lippen. De een bedoelt: waarom zijn de apen zo verspreid over Blijdorp, terwijl ze vroeger ‘gezellig’ op een kluitje zaten. Anderen vragen zich af waarom de apen er zo ongelukkig uitzien.

Blijdorp is misschien wel de mooiste diergaarde van Nederland, ondanks dat dierentuinen na dit bezoek het meeste van hun glans verloren hebben.

“Dit is niet hoe ik mijn territorium had voorgesteld.”

Donderdag 21 juni, het begin van de zomer, Koning Winter is een beetje de weg kwijt en probeert zich er nog even tussen te wringen met een graad of 14 en een spatje regen. De koudste dag in maanden schrikt veel mensen af van een dagje dierentuin. Pap, een vriendin en ik gaan natuurlijk wel, ik vanzelfsprekend in korte broek.

Toen ik studeerde had ik een geliefde die niets liever deed dan naar de dierentuin en kinderboerderij gaan. Ik vond er na tig keer maar weinig aan, maar ooit op sleeptouw genomen naar geluk door de vrouw van wie je houdt? Die glimlach op haar gezicht als ze me begeesterd voorging, dat dus. Fijne herinneringen. Een jaar of twee geleden met mijn nichtje en haar Mama en Papa de dieren bezocht. Net zulke fijne herinneringen. Wat was Blijdorp gegroeid, de dierentuin is stiekum onder de treinrails doorgekropen en bijna verdubbeld in ruimte.

Waarschijnlijk zijn die herinneringen er de reden van dat ik nu pas merk hoe miserabel sommige dieren zijn. Ooit opgezocht wie er sneller is: een leeuw of een tijger. De tijger dus. In het wild heeft de tijger volgens het blije bord een jachtgebied van 10 tot 20 km2 en besluipen hun prooi tot op een afstand van 20, soms 10 meter, voor ze toeslaan. De Blijdorpse Sumatraanse tijger ligt in een kooi die hoogstens 10 bij 10 meter is. De begeleidende tekst kopt olijk “altijd op jacht”, maar de enige jacht die deze tijger kent, is de uitdaging om zijn kop zoveel mogelijk achter een pilaar te verstoppen terwijl mensen hem aangapen door het glas.

Wedden dat Blijdorp het bord binnen zes maanden heeft aangepast?

Continue reading

50

Vandaag ben ik 50 geworden. Je blijft lachen. Beter wel dan niet. Vroeger had je op de Engelse TV een programma waarin knorrige knarren voor de grap commentaar leverden op hoe vroeger alles beter was en ik wist: “dat kan ik beter.”

Racisme is het grootste kwaad dat er is voor de mensenheid. Valt wel mee zegt u? Mazzelaar, dan ben je net zoals ik BBT (blank en bevoorrecht). Ik zei het toch? GEEN GRAP

GJ zat van de week op een bankje aan de Kralingse Plas. Op het bankje naast mij zat een oudere dame. Komt een hardloper aan, ergens in de twintig en legt zijn been over het bankje om het te strekken, schoen zo ongeveer in de nek van mevrouw. Ik zit er een paar seconden verbijsterd naar te kijken voordat ik door heb hoe de vork in de steel zit. Ik vraag met mijn allerzachtste, liefste, totaal niet bedreigende en meest poezelige Barry White stem, ogen op ongelofelijk onschuldig “Alles goed?” Zoef, wat kon die man rennen, zeg. Natuurtalent. Volgens mij is hij wel vergeten zijn andere been te strekken, maar ach dat kan ook in het gras. Zeggen ze.

Kijk, nou kun je zeggen dat er op mijn bankje (van 2.5 meter) geen plaats meer was om zijn benen te strekken omdat ik altijd in het midden ga zitten en mevrouw beleefder is dan ik en ruimte laat voor andere mensen. Was het maar waar. Ik ben BBT (en hij ook) en mevrouw had een donkere huidskleur. Gelukkig voor hem ben je pas een hork als je op sociale media ontmaskerd bent. GEEN GRAP Continue reading

Laminaat, Handzaag en een Liter Bacardi. Wat Kan Er Fout Gaan?

Terwijl ik laminaat leg bij een vriendin, herinner ik me twee jaar eerder hoe ik een laminaatbrandje bluste. Best een klus, uitslaande brand zogezegd. En nee, alcohol is als olie op het vuur. Gelukkig komt alles goed.

Twee maanden geleden weer eens bij iemand laminaat gelegd. De legger kan pas over X weken/maanden. Ofzo. Goede daden worden altijd afgestraft. Het is echt waar. Twee jaar eerder had ik bij de dochter van een buuv onder me een vloertje gelegd. Het was een interessante klus – en de reden van de doorverwijzing nu. Een gek die geen liters Bacardi drinkt, is tenslotte altijd te verkiezen boven een zatte zot.

Hier in de flat kunnen ze niks. Een keer per maand schroef ik de klinken van de gemeenschappelijke deuren vast, want ze hebben geen imbus-setje. Druppeltje olie hier en daar. Toevallig vorige week nog gedaan.

Gelukkig zegt niemand iets over hoe vuil Groentje is.

Het zijn aardige lui, maar de sociale controle is streng. Jarenlang reed ik een tweedehandsje, een groene VW Polo. Kom ik op een dag mijn niet-onlangs gepensioneerde buuv tegen. Zegt ze: “ja maar hij start nog iedere keer zonder morren.”

De ouwetjes in de flat zien me regelmatig met gereedschapskisten sjouwen. Twee jaar geleden, een buuv, dit keer op een andere vloer, een supertoffe 70+ hippie, aan ‘t huilen.

Haar dochter komt naast haar komen wonen. De stucadoor is geweest en twee van die lui gaan in hun vrije tijd de laminaatvloer leggen. Dochterlief had alle niet-dragende muren uitgebroken. Technisch interessant. Onze flat is op leeftijd – midden jaren zestig gebouwd – het tijdperk dat er nog geen overspannende betonplaten waren. Vloeren gemaakt van betonnen spanten met daartussen bakstenen van hetzelfde materiaal. Het geheel is per kamer overgoten met een sausje van een paar centimeter beton op een raster van gaas. Zonder muren loopt het hoogteverschil op tot circa 2,5 centimeter.

Buuv is 0,0 technisch, maar een perfecte ondersteuner. Beun-1 had een beetje dorst, Bacardi-alcohol-lust meer precies. Buuv gaat ‘s middags een literfles (!) BCDI halen – te goed voor deze wereld – en een halve liter kola. De mannen hebben drie uur gewerkt en gaan naar huis. Fles leeg. Hongerig naar werk zijn ze duidelijk niet. Dorstig nog veel minder.

Dat huiswaarts keren was niet echt welverdiend. Omdat de tussenmuren eruit waren geslagen was het appartement nogal hobbelig. Als extra service hadden de stucadoors de gaten in de vloer met cement dichtgemaakt. Alleen jammer dat er grote kiezels tot een centimeter of drie ingemixt waren in de betonsaus. Daar leg je toch stug het laminaat overheen als je niet weet wat je doet en met een gloednieuwe handzaag van de bouwmarkt komt aanzetten? We leven in 2016 en electrische apparatuur is blijkbaar nog niet uitgevonden en geld gratis is.

Zonder schaduw waren jullie vast onder de indruk van hoe nauwkeurig ik om de verwarmingsbuizen heen heb gelegd. Helaas.

Nog bizarder, de kluskneuzen hadden ongeveer driekwart van de woon- en de voormalig slaapkamer gelegd – zo’n vierde van het geheel, voor het te moeilijk werd. Je zag letterlijk een hobbel in het laminaat – en niet zo’n kleintje ook.

De klusknurften waren vervolgens aan de andere kant van het appartement, zeg maar zes meter later, opnieuw begonnen. Krijg je nooit aangesloten en al helemaal niet als je de kopse kant van het laminaat omkeert.

Buuv is nogal van eerlijk werk voor eerlijk geld (ik ook trouwens) en stond in mijn armen te huilen. Toen heb ik aangeboden om “er naar te kijken.” Ondanks dat ik meer van cijfers dan van klussen weet, was een blik voldoende. Wat een puinhoop. Oh, en die gasten hadden ook nog 350 euro voorschot bovenop de sterke drank gekregen. Het is echt schandalig.

Aangeboden om het laminaat opnieuw te leggen en aan de slag gegaan. Geloof de gebruiksaanwijzing niet. Laminaat klikt maar een keer, net zo als er geen tweede krak is, als je gelegde planken scheidt. Buuv naar de bouwmarkt voor meer pershout met een laagje levensecht motiefprint, terwijl ik de vloer voorzichtig sloop en de delen sorteer op links, rechts, bruikbaar en kachelhout.

Om de vloer goed te leggen, moet hij overal even hoog zijn. Dat is lastig te bepalen als je woning een open ruimte is van zeven-en-een-half bij dertien. Gelukkig is over de jaren mijn timmermansoog redelijk getraind. De eerste stroken over de volle lengte van het appartement zien er veel belovend uit. Soms is het geluk met de eervolle klusser. Tot mijn grote plezier zijn de gaten die ik voor de cv-buizen boor, perfect. Vier milimeter rondom, dat gebeurt niet altijd.

Maar ja, wat doe ik met die kei-uitstekende vloerberg? Soms is grof [klus]-geweld de enige oplossing. Met veel kracht, herrie en vonken bedwing ik de cement-kiezelberg. Helemaal perfect wordt het niet. Het verschil tussen twee kamers dat overwonnen moet worden, stamt tenslotte uit de tijd dat betonplaten nog niet bestonden. Uiteindelijk goed gelukt en ik beloon mijzelf met een denkbeeldige bolletjestrui à la Tour de France. Terecht overigens.

Achteraf kan ik mij – zonder Bacardi of enig andere alcoholhoudende drank niet meer herinneren of dat grijze vierkant nou wel of niet aangeeft dat er een heuvel ligt.

Lastiger zijn de drie voormalige kamers die nu samen een ruimte vormen. Ik – of liever gezegd mijn vloertje – word vanuit twee dimensies aangevallen. De enige oplossing is een langzame stijging van het vloerlandschap. Dat werkt wonderwel, beter zelfs dan bij mij thuis. En ja ik kijk naar mijn schaamte terwijl ik dit typ.

Stel je het appartement voor als een donut. Het gat in het midden is waar je omheen moet leggen. Ergens moet het sluiten, zeg maar klik. Van de verhoogde middenkamer naar het slaapgedeelte is een verschil van meer dan een groene plaat, sorry voor de technische term. Uiteindelijk worden twee, een, dank Spice Girls. Een licht holletje is onvermijdelijk. Dat verschil moet ik natuurlijk langzaam laten aflopen bij de toilet en badkamer om de donut tot een perfect egale 2D-cirkel te maken. En nee, nog verder ophogen is geen optie, dan moet je deuren gaan afschaven.

Niet alleen het laminaat is fantastisch, ook de echo in huis. Oh, moeten er nog meubels in?

Uiteindelijk kost het me bijna een volle werkweek. Leerzame klus die eindigt in het echte wereld-sprookje van een gelukkige moeder en dochter. De wijze les is er ook – in koeieletters zelfs. Een man die laminaat komt leggen met een handzaag maar zonder Bacardi, niet doen!

  1. Misschien is het beter voor iedereen dat de zatte zot geen decoupeerzaag kon betalen. Hoeveel vingers heeft een mens ook al weer?
  2. Er zijn ook nog goede mensen op deze wereld. De baas van de stucadoors – hij heeft niets te maken met de laminaatmishandelaars – heeft uit eigen zak het voorschot van EUR 350,= terugbetaald. Gaaf.