Het Muzikale Begin van Lente 2019: “Peggy Gou – Starry Night”

Je kent ze wel, mensen die neerbuigend lachen om “Gangnam Style. “3.3 Miljard Youtube kijkers kunnen toch niet fout zijn?”  Ondertussen toch stiekum luisteren naar het foute uur op de radio. Mozart was beter, hiphop ook. Boeien. Gooi maar in mijn pet. Snobistische figuren die hun eigen voorkeuren superieur achten en daarom 24/7/365 tegen Het Dorp van Wim Sonneveld zijn. Enig idee hoeveel mensen ik daarmee tot tranen toe heb bewogen? Je had ook in een verloren momentje de Zuid-Koreaanse zanger Psy kunnen opzoeken. Weet je in ieder geval waar het over gaat. Iets met arm en rijk in Seoul, nogal maatschappijkritisch dus.

Maart roert zijn staart en april doet wat het wil. Toen GJ in mei geboren werd, moest mijn vader op de fiets om een straalkacheltje te halen. Ik wordt zo moe van radio dj’s die in de lente luid kwijlen dat dit de zomerhit van het jaar wordt. Het is net zo kansloos als presentatoren die baken in hun beperkte talent als ze eindelijk eens een goede overgang tussen twee onderwerpen verzinnen en daarom [misplaatst] grappen over bruggetjes. Soms is een half woord genoeg, ezel bijvoorbeeld. Er is een verschil tussen een elegante verbinding en een onbekwame schuifjesprutser in de studio.

De zomerhit van 2019 komt pas in september als iedereen weer terug op honk is en die fles meegebrachte wijn, weggerukt uit zijn natuurlijke habitat, ineens als eersteklas bocht smaakt. Zo voorspelbaar.

Het echte muzikale succesrecept is dat ook superplaten seizoenen kennen. Niemand gelooft me, maar muziek is pure, onversneden emotie. Vandaar ook Het Dorp aan het einde van de avond. In 2001 hoorde ik voor het eerst “Can’t get you out of my head” van Kylie Minogue en ik wist meteen: dit wordt een mega nummer een. Sommige platen hebben dat nou eenmaal. Op de laatste dag van 2018 luisterde ik zonder enige verwondering naar de ontknoping van de beste honderd platen van het jaar. “One Kiss“, een combi van opkomend talent Dua Lippa en global DJ Calvin Harris had exact dat gelikte waar iedereen blij van wordt en won dus. Nog steeds een fijne plaat. Tijd voor een mash-up met Kylie? Zover liggen de snelheden (124 vs 128 bpm) en toonhoogtes (Dm vs Am) niet uit elkaar.

Meestal luister ik naar Slam, een radiostation dat voornamelijk EDM (electronische dansmuziek) en een dotje house uitzendt. De laatste dag van de werkweek is altijd non-stop mixdag. Mijn DJ talent is niet zozeer dat ik technisch hoogbegaafd ben, ik ben populair omdat ik de mensen geef wat ze willen, vaak voordat ze weten dat ze het fantastisch vinden.

Daarin ben ik niet de enige. De Koreaanse DJ/Producer Peggy Gou kwam een keer langs tijdens een vrijdagse mixset. Ik hoorde de track half. Anderen pikten hem wel op en toen ik de track voor het eerst ongemixt beluisterde, dacht ik “wat met die hype?” De tweede keer sloeg de vlam keihard toe en dus in de pan. De zomerhit van 2019 laat nog een maand of vier op zich wachten dus DJ’s aller landen hou je mond.

Als er een plaat is, die het festivalseizoen 2019 opent, is het duidelijk Peggy Gou’sStarry Night.” Naast muziek ontwerpt de DJ kleding en meer. Mijn hart heb ik achtergelaten in de Britse hoofdstad. Mijn Oystercard is trots bewijs daarvan. Toch kan Londen niet wedijveren met Berlijn als het op vernieuwende dansmuziek aankomt. Alleen hier en daar in Nederland lukt zoiets. Peggy Gou is inmiddels verhuisd van Zuid-Korea naar de Duitse hoofdstad. De liefde voor de DJ en haar style met een stevige scheut old skool Chicago house gaan langzaam de goede richting op.

Muziek is emotie en we ervaren het allemaal anders. Als je nog een excuus nodig hebt om te genieten van “Gangnam Style” of “Ons Dorp”, graag gedaan. Ben je geen dinosaurus, luister eens naar “Starry Night” Geen betere manier om te ontdekken dat de winter op het Noordelijk halfrond voorbij is en we weer naar buiten kunnen.

Kopfoto gemaakt door Saveliy Bobov. Gevonden op Unsplash.

En Nee, Gamma Wil Echt Geen Geld Verdienen

Dat zeg ik. Gamma [is gek]” Ja toch Freek?

Het management van Intergamma heeft de boel echt niet op orde. Kijk maar naar de website. Vier plantjes in pot voor bijna drie tientjes. Daar stel je dan Gamma’s ICT infrastructuur voor beschikbaar. Dertig procent van nul is nog steeds noppes.

Valt wel mee met dat Gamma, ouwe knorreboer.” nadat ik deel een van de Gamma saga had gepubliceerd. Nee! Ze willen gewoon geen winst maken. Soms kan ik de toekomst voorspellen. Ik wist dat er commentaar zou komen als ik negatief was over Gamma. Gaat het over bedrijfsvoering, getallen, verkoopkansen en winstmarges, weet ik uitstekend waar ik het over heb. Krijg je ervan als je iets leuk vindt.

Het feit dat ik niet de slimste, maar wel de leukste thuis ben, heeft een reden. Slim is nou eenmaal sexy. Sexy is een belangrijk verkoopargument in de liefde, zeker met mijn ego. Als mijn Meisje zegt dat ik beter naar Hornbach kan gaan, is dat zo. Maar goed, het is lente, mensen slaan dan soms op hol. Laten we eens iets voor de tuin kopen bij Gamma.

Vier leuke plantjes – met pot – voor slechts 28,95. Voor die prijs moet het wel heel bijzonder zijn. Dat valt tegen. Voor anderhalve euro max. heb je zo’n Kalanchoë plant. Een leuke gekleurde pot bij Ikea kost een euro. Dus roept Gamma: de mijne zijn [iets] groter. OK, dan gooien we er nog 25 procent bovenop. Vier keer pot plus plant, met opslag, is 12,50. Dat is dus de verkoopprijs. Bij Gamma kan het altijd gekker en kost zo’n ensemble een kleine, fleurige 30 euro. Alleen online beschikbaar overigens, verzendkosten gelukkig geen. Maar toch, wie koopt het?

(afbeelding: website Ikea)

Inmiddels hebben ze ruzie, maar Amazon begon ermee. Hun website werd als verkoopplatform aan derden aangeboden. Bol, de mislukte Nederlandse kopie, probeert het ook al een tijdje. En nu dus Gamma. Inspiratie is ver te zoeken. De bouwmarkt maakt er bovendien een rommeltje van. Normaal betaal je 4,95 verzendkosten. In dit geval wordt het fleurspul verzorgd en geleverd door derden. Zij rekenen geen bijdrage in de verzending. Moest er nog eens bijkomen aan die prijs. Toch verwacht ik dat er weinig kopers zijn. Niet alleen door de prijs maar ook omdat planten gemiddeld sneller doodgaan dan bloempotten. Laat de combideal toch aan McBurger over.

Stel dat ze bestaan, mensen gekker dan het Gamma management. Ze plaatsen een bestelling. Maffe klanten zijn meestal ongeduldig, een eigenschap die ze delen met de normalen. Vandaag is het zondag en als je voor half zes – aardappels gaar? – bestelt, heb je dat kwartet lieve plantjes ‘al’ over drie dagen in huis, tenzij je op een Waddeneiland woont. 72 Uur is een klassiek online afhaakmomentje. Waarom zou je in een wereld vol concurrentie er geen gras over laten groeien?

Val je er toch voor, zijn er ook positieve dingen te melden. Dertig dagen bedenktijd, handig als je vergeet water te geven. Reden retour: “ineens deden ze het niet meer.”

(afbeelding: website Gamma)

Blijkbaar verwacht Gamma dat er op 29 mei niemand thuis is. De kanstopper om zelf je bezorgdag te kiezen wordt wel twee [twee] keer vermeld. Misschien handiger om te schrijven hoe vaak de plantjes water moeten hebben, maar ik zal wel te kritisch zijn.

Niet alleen het management, maar ook de afdeling ICT van Gamma is niet op orde. “Wanneer dit product moet worden opgehaald, zijn de retourkosten €0. Retourneren in de bouwmarkt is gratis.” Onzekerheid is een vast kenmerk van de bouwmarkt, anders hadden ze er wel een variabele ingezet die, wanneer nodig, bovenstaande zin verandert in “Terugsturen is gratis. Je mag de dode plant ook afgooien bij de bouwmarkt.” Retourneren of terugsturen, maak het je klant gemakkelijk en gebruik woorden die iedereen kent. Helderheid is aan Gamma niet besteed. “De levertijd van je totale bestelling wordt bepaald door het artikel met de langste levertijd.” “Als je ook andere artikelen bestelt dan kunnen de bezorgkosten wijzigen.” Je zult maar een tuinset van Saoedisch woestijnoliehout bestellen met een levertijd van 29,9 dagen.

Over variabele tekstblokken gesproken. “Retourneren oude elektrische en elektronische apparaten. Gun je je oude elektrische en elektronische apparaten een tweede leven? Breng ze dan naar de gemeentelijke milieustraat of lever ze in bij GAMMA.” Op de middelbare school moesten we een aardappel beprikken om het spanningsverschil te meten. Geen idee hoe groot dat is bij een dode Kalanchoë plant, maar wanneer je ‘m als klein chemisch afval inlevert bij de milieustraat wordt je terecht uitgelachen. De tekst vervolgt met de opgetogen kreet: “dit wordt ‘m.” Niet dus. Zeg het maar even voor alle zekerheid.

Waarschijnlijk bestaat het Intergamma oppermanagement uit een boeket bloemen met zelfbewustzijn. Op hun beurt hebben die het tekstschrijven uitbesteed aan weet-ik-veel. Het rammelt in ieder geval behoorlijk. Nog steeds voor afschaffing van het Nederlands. Tot die tijd spreken we allemaal je moers taal.

“Sla in één keer je slag voor een vrolijke kleurrijke inrichting. Deze Kalanchoë mix bestaat uit vier Kalanchoë planten in verschillende kleuren bloempotten, namelijk: roze, rood, geel en oranje. Deze vetplant staat gedurende het hele jaar in bloei met frisse bloemen. Deze Rosalina variant heeft relatief veel bloemtjes die dicht op elkaar groeien. Ieder plantje heeft zijn eigen kleur pot met een diameter van 13 cm. De planten worden gemiddel gezien ongeveer 28 cm hoog. Deze Kalanchoë is een enorm sterk vetplantje die zeker tegen een stootje kan.”

Meer zielloze kreten als “topper”, “prachtprodukt” en “met liefde gekweekt” maken de artikelbeschrijving leesbaarder. Gooi er ook vooral iets in over “meerdere generaties.” Zelfs ik schrik soms van mijn eigen wijsheid. Laten we kijken naar de details. “Heeft relatief veel bloemtjes” Ahum. “Enorm sterk.” “Staat gedurende het hele jaar in bloei.” Gedurende het lezen des tekstens realiseerden ik mijn dat voor een beterer affront den tekstdichters bestens “bloemend”, “bloessemend” of ener equivalentend baggerwoord voor het woord “bloei” plaatstend. Dinges dus.

Tot slot. “Deze Kalanchoë is een enorm sterk vetplantje die zeker tegen een stootje kan.” Zelfs een boer uit Brabant als ik, leert op school dat het “die plant” of “dat plantje” is. Heeft te maken met aanwijzende voornaamwoorden enzo. Het is sowieso lelijk geschreven met een herhalende hoofdrol voor het woord “deze”.

Eenvoudige woorden zijn goed. De tekst moet wel lopen. Niet omdat ik taalpurist ben maar anders kost het je nog meer klanten. Laten we eerlijk zijn, Gamma doet er alles aan om geen geld te verdienen. Q.E.D., ik kan het niet laten en sluit af in het Latijn.

Om de boel een maand later weer open te gooien. Inmiddels heb ik deel drie van de Gamma saga gepubliceerd. Ook online willen ze geen winst maken. Misschien beter om al die bouwmarkten tot luierpakhuizen om te bouwen.

Het Gekkenhuis dat Gamma Heet

Gamma en andere bouwmarkten kunnen de concurrentie met nieuwkomer Hornbach niet aan. Wanhoop, in plaats van goed management, regeert.

Als je altijd makkelijk geld hebt verdiend, weet je niet wat concurrentie is. Moet je ook niet verbaasd zijn dat de kat uit de boom klettert terwijl je uitkijkt naar betere tijden.

“Ga maar meteen naar de Hornbach. Gamma heeft het toch niet” zei mijn volleerd a-technische Zoete twee jaar geleden. Hoe erg kun je het verprutsen? Nou, zo zeer dat Gamma tegenwoordig standaard een rechtzaak aanspant in iedere stad met plannen voor een Hornbach vestiging. Blijkbaar levert een paar maanden uitstel van executie meer op dan je als gegarandeerd verliezer kwijt bent aan proceskosten. Tijd voor rechtse politici om te stoppen met klagen over calculerende burgers. Naar de rechter gaan terwijl je weet dat je verliest, dat is nog eens berekende wanhoop.

Eigen schuld, je hoeft geen medelijden te hebben. Onlangs moest ik een rubber ring hebben voor de afvoer. Gamma is de dichtsbijzijnde bouwmarkt. Niet dat ik er graag kom want beide cassieres (ook daarop bezuinigen ze) zijn 24/7/365 chagrijnig. Zo erg zelfs dat afrekenen voelt alsof je een wildvreemde tot orgaandonatie dwingt. Eén man daar heeft kennis van zaken en ik vroeg hem. “We hebben alleen rubber ringen in een set van 10 verschillende maten.” We vonden het beiden absurd, 90 procent kun je weggooien. “De grote baas houdt vast niet van zijn kinderen” schamperde ik, waarop de vakman in de lach schoot. Toen ik een paar dagen later de juiste maat bij Hornbach vond, bedacht ik me dat er voor hem altijd werk is.

Met de komst van commerciele televisie deed ook het fenomeen woonprogramma zijn intrede. Bouwmarkten konden hun geluk niet op en sponsorden als gekken. De hele inrichting werd overhoop gehaald – van de bouwmarkt wel te verstaan. Leuke, lieve, geinige, vrouwendingetjes bij de ingang. Het echte spul veraf of “tijdelijk” niet op voorraad. De consument heeft altijd gelijk maar gipspleister komt nog steeds voor gordijnen, letterlijk. Geen vent die thuis ruzie wil omdat hij de gordijnen heeft opgehangen voor de muren gesaust zijn. Moet de bouwmarkt het wel hebben.

Net zo handig, personeel aan wie je vragen kunt stellen. Hornbach heeft het wel, Gamma niet. Daar lijkt het motto: een scholier die vakken vult, kan best advies over electrische installaties geven. Als de boel afbrandt valt het toch nooit te bewijzen, dubbel goedkoop zeg maar. En hopelijk ver van mijn bed.

Als het personeel er geen snars van snapt, kun je net zo goed klusapparatuur bij de supermarkt kopen, kan nooit slechter zijn dan het bouwmarkt-huismerk. Met een beetje geluk is jouw Aldi of Lidl apparaat gemaakt door A-merk Bosch (echt gebeurd). En toen kwam de Action met een verfkwast van 50 cent. Zelfs Ikea moest even slikken.

Begin vorig jaar riep Intergamma, het moederbedrijf van Gamma en Karwei dat het 100 miljoen in online verkoop gaat investeren. Voorlopig gaat ‘m dat niet worden. Ik herinner me nog dat “schattige tuintafeltje” voor de lieve prijs van 39 euro. Werd overigens bijna gratis thuisbezorgd voor slechts 89 euro ofzo. “Er is altijd wat te doen”, zeker als je topmanager bij Gamma bent! Tenzij ze daar echt geen geld willen verdienen natuurlijk.

En geld verdienen houdt Gamma niet van. Dat merk ik als ik online plantjes ga kopen in deel twee. Vier kulbladige planten voor bijna 30 euro.

Kopfoto gemaakt door Randy Fath, gevonden op Unsplash.

 

Valse Noot: Hogere Toonkunstenaars Eisen Betaald Voorrecht

Hartstikke pech als je geen droge boterham met de hogere kunsten kunt verdienen. Dat geeft je niet het recht om kwaad te worden op amateurs die gratis optreden.

Als er een klager over de dam is… Ervaren krantenlezers weten wat er komt na de verhalen over klassieke musici die voor niks optreden. Klaaghoofdcommentatoren weten niet hoe rap ze ja moeten knikken. Het gaat zelfs zo snel dat ik niet eens weet of er al een eerste hoofdredactioneel commentaar is gepubliceerd.

Weet je wat pas oneerlijk is? Dat ik geen Indiana Jones kon worden. Blijkt dat het geen echt beroep is. Ergens op de middelbare school hinkte ik op drie gedachten, archeologie studeren en waarschijnlijk geen werk, het korps commandotroepen maar gegarandeerd geen kans op toelating of economie. Toevallig vind ik het gaaf om te begrijpen hoe bedrijven werken.

Het was overigens hard nodig dat ik economie ging studeren. Op de pientere leeftijd van acht jaar begreep ik de wereld niet. Een beetje onnozel achteraf, maar ik geloofde dat alleen bedrijven die het slecht deden, reclame maakten. Tegenwoordig snap ik het een stuk beter en zeg niets over de semi-simultane prijsverhoging van KPN en ZiggoVodafone.

Geen idee hoe, er was toen nog geen internet, maar op de middelbare school realiseerde ik me dat met al dat graven in de grond geen guldens of dubloenen te verdienen zijn. Sorry Indiana Jones, misschien had ik toch moeten kiezen voor Back to the Future.

Als je mijn meters Billy boekenkasten ziet, begrijp je dat het geen eenvoudige keuze was. Dat werd nog erger toen ik mij als verse feut op de Erasmus Universiteit door professor Chiang’s “Fundamental Methods of Mathematical Economics” moest worstelen. Ben er nog steeds een beetje verbaasd over. Soms wordt ik ‘s nachts wakker en vraag me af wat ik met die kennis moet. Erfenis van Jan Tinbergen toevallig, lieve alma mater?

Het is een triest verhaal, ik geef het toe. Geen archeologie, Indiana Jones bestaat niet en dan ook nog allemaal boeken die je later nooit meer nodig hebt. Je moet wat doen voor een baan tegenwoordig.

Mij hoor je niet klagen, als student kluste ik bij als DJ. Meestal voor weinig, soms voor veel maar ook graag gratis. Liefde voor muziek zeg maar. Ondertussen worstelde ik mij wel door suffe wiskundeboeken. Geloof me, ze waren keihard oersaai. Ook wist ik dat ik nooit Indiana Jones zou worden. Toen ik groot was, kreeg ik toch een leuke baan en van het geld dat ik overhoud aan het einde van de maand, reis ik de wereld rond. Hoeveel mensen hebben Persepolis met eigen ogen aanschouwd, denk je? Geen Indiana Jones, wel gelukkig.

Het feit dat je iets leuk vindt, bijvoorbeeld dwarsgefileerde blaasxylofoon spelen, betekent niet dat jouw opleiding je ook recht geeft op een goedbetaalde baan voor het leven.

En laten we eerlijk zijn, als ik eindelijk begrijp dat ook succesvolle bedrijven reclame maken, wordt het hoog tijd dat jij je realiseert dat je leeft in een muzikale wereld van meer aanbod dan vraag. Het is een klassieker, maar dat vraagt offers. Of omscholing. Limburg, mijnen. Meer zeg ik niet.

Je kunt natuurlijk ook altijd “back to the eighties” DJ worden. Er is een plekje vrij, want ik weiger het al jaren, gratis of betaald.

Wordt zeker vervolgd…

Overigens professor Chang schreef nog een tweede deel. Als keuzevak gedaan en tijdens les een vertelde onze docent enthousiast dat we aan het einde het traject van een raket naar de maan konden berekenen. Nou, Jeff Bezos heeft nog steeds niet gebeld. Elon Musk trouwens ook niet. Daar zit je dan met je goeie gedrag.

Kopfoto gemaakt door Manuel Nägeli, gevonden op Unsplash / Ivo Rainha, gevonden op Unsplash. Afbeeldingen bewerkt en gecombineerd.

Taxi-Uitzendbureau Uber Zinkt op Eerste Beursdag. Goed Gedaan!

Als je een bedrijf verkoopt en de koers daalt nadat het niet meer van jou is, ben je spekkoper. Leg dat maar eens uit aan journalisten.

De pers blijft teleurstellen. Twee onafhankelijke bronnen is belangrijk, hoor en wederhoor – hoe absurd soms ook – nog belangrijker. Rekenen, dat boeit toch niemand? Ahum.

Een aandeel is een stukje eigendom in een bedrijf. Niet dat je wat te zeggen hebt, de machtsstructuur is nog stroperiger dan in een functionele democratie. En dan hebben we het al helemaal niet over gelijkwaardig bezit. Deze week schreef Chris Hughes, medeoprichter van Facebook een opiniestuk (Engels) over Mark Zuckerberg. Hoewel Zuckerberg niet de meerderheid van de aandelen bezit, heeft hij wel complete zeggenschap over de suffe media moloch. De truc is een kleine groep aandelen tien of twintig keer zoveel stemrecht toe te kennen als de rest. Natuurlijk wordt dat voordeel niet bestraft met een evenredig lagere winstdeling, maar dat is voer voor specialisten.

De Facebookhaters gingen uit hun dak toen het aandeel tijdens haar eerste dagen op de aandelenmarkt in waarde daalde. Sommige mensen kun je ook alles wijsmaken. De echte les is, Mark wint weer.

Aan het einde van het decennium, met de economie in de hoogste versnelling stond er begin 2019 weer een stapel unieke bedrijven van minimaal een miljard [unicorns] te trappelen om naar de beurs te gaan. Lyft, het kleine broertje van taxibedrijf Uber ging eerst – en hard onderuit. Geen van het aanstormende miljardairstalent dat nog naar de beurs moest, keek blij. Sufferds.

Jij en ik beginnen een bedrijf. De zaken gaan van goed, we nodigen anderen uit om geld te steken in onze onderneming. Niets duurt eeuwig en na een paar jaar willen onze investeerder – wij ook trouwen – hun geld terug met vette winst. Aandelen zijn de beste optie. Experts schatten ons bedrijf op een miljard. Onze adviseurs die ook nog anderen adviseren, wrijven in hun handen. Hun schatting van wat ons kluppie waard is, is namelijk aan de lage kant. Zo kan het nooit fout gaan, en – dit is belangrijk – slaan ze twee vrienden in een klap. Als er meer kopers zijn dan aandelen heb je als begeleidende bank veel macht. Al die investeerders die zaken met je doen, verwachten natuurlijk wel wat terug, liefst met garantie op snel geld.

Terwijl jij en ik nog nahijgen van dat enorme getal met negen nullen, wordt onze huid goedkoop verkocht. Dat merken we pas op de eerste beursdag als de aandelen binnen luttele minuten sterk stijgen. De banken die ons begeleiden spreken van een uiterst succesvolle introductie. Iedere spiegel heeft drie kanten, vast nog nooit over de zijkant nagedacht als je zulke prietpraat gelooft.

De nieuwe eigenaren van ons bedrijf hebben een klapper gemaakt omdat wij de boel te laag hebben verkocht. De bank kan het weinig schelen, die is dubbel spekkoper. Betalen voor begeleiding naar de beurs betekent niet dat onze adviseur alleen voor ons werkt en dus het maximale uit het vuur sleept. Naast inkomsten uit commissie hebben banken langetermijn relaties met een selecte groep klanten. Om die tevreden te houden moet je ze af en toe een been toewerpen. Altijd leuk als iemand een aandeel mag kopen waarvan bijna zeker is dat de koers op dag een stijgt.

Je kunt dan wel een nieuwbakken miljardair zijn, vroeger of later ontdek je dat je een schlemiel bent omdat je stond te juichen toen de koers omhoog ging. Pas later ontdek je dat de duurbetaalde financiele koekenbakkers je een poets hebben gebakken. Jouw prachtige toko, opgebouwd met bloed, zweet en echtscheidingen, is voor te weinig verkocht.

Iedereen heeft een hekel aan handelaren op Marktplaats die zes euro bieden voor iets van meer dan 200. Profiteurs is een vriendelijk term en de consumentenrubriek van jouw lokale krant waarschuwt je indringend. Het gekke is dat je voor de afdeling lokaal nieuws minder ervaring nodig hebt dan voor het economie katern, daar staan de hooggeleerde journalisten immers wel te juichen als je de boel ondanks duur advies voor weinig verkoopt. De ene open deur is de andere niet, het kan verkeren.

Terug naar Lyft en Uber. Sinds de introductie heeft het aandeel Lyft een kwart van zijn waarde verloren (Engels) en dat is ook niet prettig. Investeerders voelen zich genept en geven hun advocaten opdracht om te kijken in hoeverre het verlies terugverdiend kan worden middels een rechtzaak.

Uber vervroegde haar beursgang na het Lyft-debacle. Afgelopen herfst werd er nog geschat dat Uber $120 miljard waard was. Dat werd al snel naar beneden bijgesteld, maar ook $100 miljard was erg optimistisch. Dat Aswath Damodaran, een vooraanstaande finance professor en waarderingsexpert, half april de waarde van Uber schatte op $62 miljard, heeft de introductie ongetwijfeld geen goed gedaan.

Tot de laatste dag was niet bekend hoe duur een aandeel exact zou worden. De banken hielden vast aan een bandbreedte tussen $44 en $50. De uiteindelijke koers werd $45, een dollar meer dan de ondergrens anders had het wel erg gek gestaan. Met die prijs werd de waarde van Uber op $82 miljard geschat.

Negentig procent van de aandelen was al in handen van investeerders voor de beursgang. Een jaar geleden dachten bankiers Uber voor de helft meer te kunnen verkopen. Het bedrijf heeft nooit winst gemaakt en zal dat voorlopig ook niet doen. Toch waren de verse aandelen Uber uitverkocht. Desondanks ging de aandelenkoers op de eerste handels dag met drie dollar omlaag tot $42. De waarde van het bedrijf is daarmee ongeveer $70 miljard.

De enige pechvogels zijn de mensen die op de beursintroductie hebben ingetekend. Vermoedelijk hebben zij gegokt dat de koers op de eerste dag omhoog ging en ze snel de aandelen met een leuke winst konden verkopen. Met de overige 90 procent van de aandelenbezitters hoef je absoluut geen medelijken te hebben. Wat zij voor hun aandeel Uber hebben betaald is vele male minder dan wat het aandeel, zelfs met een eerstedag dipje, waard is. Uber heeft zijn huid duur verkocht. Bravo.

Kopfoto gemaakt door Thought Catalog, gevonden op Unsplash.

Autopech op z’n Amsterdams

Een “echte” socialist brengt eerst een kwarteeuw in armoede door. Op de fiets! Daarna mag je de salon in.

De vrije republiek Amsterdam noemde mijn baas, een Brit, het. Misschien nog niet eens zo gek gevonden. Zelf viel ik van mijn paard en mijn mond open toen ik hoorde dat oud-politica Femke Halsema van stal werd gehaald om burgemeester van Amsterdam te worden. Het verleden moet je niet al te veel oprakelen en zelfs een Rotterdammer denkt niet aan Amsterdam als een soort van perverse parkeerplaats voor oud-kamerleden. Toch gebeurt dat regelmatig, waarbij nieuwbakken hoofdstedelijke regenten zich nogal eens vergalloperen, zwijmelend van zoveel geluk. De politieke bovenklasse heeft haar eigen regels, zeg maar niet of nauwelijks.

Mevrouw Halsema als versgeslagen burgemeester van Amsterdam riep dat haar stad de wet niet zou gaan handhaven aangaande het boerkaverbod. Blijkbaar mogen politici wat burgers niet mogen, zelf kiezen welke wetten hun bevallen en waar ze zich aan houden. Voor een zeer ervaren politica een verbijsterende opmerking en natuurlijk moest ze haar woorden korte tijd later inslikken.

Zes maanden later en rechtse rakker Sharon Dijksma raaskalt wat over futurisme als ze stelt dat over tien jaar alle verbrandingsmotoren uit de hoofdstad zijn verbannen. Voordat je mij voor gek verklaart: alles rechts van Groen Links lijdt aan rakkeritus volgens de club van burgemeester Halsema.

Niet iedereen is fan van Europa, ik wel. Mijn motto is dat je jezelf moet verkopen. Het beste moment is als mensen blij zijn, bijvoorbeeld op vakantie. Weinig mensen weten dat Europa voor één soort oplader heeft gezorgd, goeie actie en goed voor het milieu, al zeg ik het zelf. Succes is blijkbaar zelfvernietigend want niemand in driekwart Brussel of een kwart Straatsburg komt op het idee om zoiets te doen voor automobilisten. Frankrijk eist alcoholtesters aan boord, Belgie hesjes – in verschillende kleuren weliswaar – en onze Oosterburen hebben iets met sneeuwkettingen in de winter.

Op nationaal niveau is het al net zo’n puinhoop. In de ene stad mag je met je moordende dieseltje wel tot op de stoep van het stadhuis komen, in de andere levert dat je een dikke prent op.

Mevrouw Dijksma is redelijk bijzonder in de politiek. Vanuit de collegebanken is zij als 23-jarige in de Tweede Kamer beland. In de kwart eeuw tussen toen en nu heeft ze uitsluitend politieke functies bekleed. Op dit moment is ze wethouder in Amsterdam. Als grootste gemeente van ons land krijg je daar – op vijf euro na – 10.000 keiharde europegels per maand. Best goed he, die euro? Met acht procent vakantiegeld, logisch en acht en drietiende procent eindejaarsuitkering, ook niks op tegen kom je op een bruto jaarsalaris van net geen 135.000 euro uit. Waarom zou je dan nog afstuderen?

Geen idee hoe het in 1994 was maar anno 2019 krijgt een kamerlid minder dan een Amsterdamse wethouder: 107.000 euro. Laten we eerlijk zijn, alles boven een ton bruto doet je het contact met de werkelijkheid verliezen. Alleen al dat geintje met onze energierekening die dit jaar dreigt te ontploffen, bewijst dat.

Over tien jaar heeft mevrouw Dijksma waarschijnlijk een nog beter betalend baantje in de publieke sector. Zo werkt het nu eenmaal. Gerrit Zalm werd ook alleen maar baas van ABN Amro omdat hij “nog niet beloond” was.

Zo gauw je geld aan het einde van de maand overhoudt, ziet het leven er anders uit. Dat is niet de wereld waarin veel mensen leven. De meeste gezinnen, zeker met kroost moeten iedere maand even rekenen. Dat betekent niet dat je wat tekort komt, maar wilde en kostbare overheidsplannen passen niet binnen het budget.

Natuurlijk is het symboolpolitiek dat over tien jaar alle auto’s met verbrandingsmotoren de stad uit zijn. Om te begrijpen hoe dwaas en milieuterroristisch het plan is, breidt het eens uit naar de Europese Unie. De wereld zou letterlijk ten onder gaan als over tien jaar nergens in Europa een benzine- of dieselmotor meer welkom is. Niet alleen de schrootafvalberg doet boterbergen en melkplassen verbleken, zelfs met hergebruik is de hoeveel grondstoffen voor nieuwe auto’s gigantisch. En al die accu’s moeten ergens opgeladen worden.

Daar had wethouder Dijksma vast niet over nagedacht toen zij haar egostrelende plannetje publiceerde. Amsterdam alleen nog bereikbaar voor de rijken, toeterden diverse publicaties. Tot op zekere hoogte klopt dat. Aan de andere kant, dat is al jaren zo. Tegenwoordig heet het parkeerbelasting en iedereen betaalt evenveel. Jouw zonne-energie slurpende Tesla en mijn vervuilende Dafje betalen ieder 7.50 per uur om te parkeren. Stel dat we beiden zo’n 2,5 uur per week betaald parkeren in de hoofdstad, dan kost ons dat 1.000 euro parkeerbelasting per jaar.

Maar ja, mensen met een Tesla verdienen minimaal een ton en Dafrijders 22.000 euro per jaar. In procenten uitgedruk betaalt de Teslarijder een procent parkeerbelasting in een jaar, de even lang parkerende Daffer 4.5 keer zoveel. Niets nieuws onder de zon. Ter herinnering, wethouder Dijksma verdient meer dan een ton, netzo als ieder kamerlid. Binding met de gewone man, vergeet het maar.

Het wordt nog erger. In een poging zich te rechtvaardigen, riep mevrouw Dijksma dat in 2030 er al een electrische auto is voor 23.000 euro. Laten we even rekenen en beginnen met de constatering dat je oude auto niets meer waard is en tweedehands electrische auto’s niet te vinden zijn. De wasmachine is net kapot gegaan en dus sluit je een lening af voor de auto. De ANWB is je vriend en die heeft weer handige leenvriendjes.

We lenen een bedrag van 23.000 euro. De rente is (minimaal) vijf procent en betalen dat bedrag in vijf jaar of als het niet lukt in 10 jaar terug. Nadeel van zo’n lange termijn is wel dat de auto misschien al kapot is voor je hem hebt afbetaald en we praten hier over forse maandbedragen. Kies voor vijf jaar en je betaalt 433 euro per maand. Als je noodgedwongen het bedrag in tien jaar terugbetaalt, kost dat 243 euro maandelijks. Na vijf jaar heb je 25.980 euro terugbetaald en na tien jaar 29.160 euro. Da’s veel geld. En met dat krediet op zak kun je nergens meer geld lenen om je huis te verbouwen als het kabinet de gaskraan dichtdraait. Koop je toch gewoon een electrische camper?

Foto gemaakt door Katarzyna Dutkowska, gevonden op Unsplash.

Terug Naar De Basisschool

Hoog tijd trouwens

Sinds een tijdje helpt GJ als klusjesman op een lagere school hier om de hoek. Het is een Montessorischool waar we allemaal lerend ontdekken. Als ik kinderen had gekregen, zou ik waarschijnlijk nooit aan een Montessorischool hebben gedacht. Inmiddels is het eerste keus.

De juffen – en twee-en-een-halve meesters – hebben ook wat geleerd. De vorige klusjesman werkte vroeger bij het circus, statische raamfolie zet hij met plakband vast. Kleine schilderijtjes het liefst met van die Pritt-kauwgum. Een muur van gipsplaat is niet geschikt voor een zware klopboor met als gevolg dat wandje er als een Chernobylkrater die volgestort is met extra afval uit Fukushima, uitziet.

Veel vertrouwen hebben ze niet in me in het begin. Van de gezichten is af te lezen dat ze denken: “zal wel weer zo’n ongeletterde barbaar zijn.” De Pabo is tenslotte een HBO-opleiding.

Om de hoek nog meer planken die wachten op hervereniging met hun broertjes en zusjes.

“We hebben vijf Ikea krukjes binnengekregen, denk je dat het lukt om die in elkaar te zetten?” Ik ben van binnen zo hard in de lach geschoten.

Toen mijn oudste peetdochter zwanger was, stond haar badkamer vol met Ikea meubels van Marktplaats, stuk of vijf, zes. Of ik ze in elkaar wilde zetten.

“Tuurlijk lieverd, maar wat is het?”

“Ja, ik heb het op Markplaats gekocht.”

“[Dat snap ik]”

“Misschien heb ik de Marktplaats foto’s nog [van het complete produkt]”

Van de zes had ze bij vier de juiste foto, een plaatje van een andere uitvoering en de laatste afbeelding was van een kast dat ze niet had gekocht. Met die krukjes is het ook goedgekomen en inmiddels ben ik welkom op het personeelsfeest.

Ik heb trouwens nog wat geleerd. Als een juf bij me komt met een kapot telraam en vraagt of ik het kan maken, zei ik vroeger altijd ja. Nu vraag ik eerst of ze alle kralen nog geeft. We leven tegenwoordig allemaal in een wereld vol permanente educatie.

Kopfoto: of ik een pilaar met magneetverf wil verven. Na acht lagen of tien lagen plakt het eindelijk een beetje. Komen een paar weken later de schilders de boel witsauzen. Interne communicatie kun je ook leren.