Rondreizende Academische Afzwaaiapen Maken Studeren Duurder en Duurder

Koszdah’, zo’n universitite titel? Alsof de toekomst van ons kroost al niet dreigend genoeg is. Statiegeld iemand?

Het jaar is 1980, Spargo zingt “You and me” en in de zesde klas leest onze meester “Rob en de stroper van tjot-idi” voor. Destijds was de zesde het laatste jaar voor de middelbare school. In het boek wordt hoofdpersoon Rob ten onrechte beschuldigd van verraad.

Geef het vier decennia met een sprongetje van primair naar tertiar onderwijs en de wereld is nog steeds de wereld. Onwil verandert nooit. Ondanks dat ze midden in het land ligt, is voor sommigen de Universiteit Utrecht mega-moeilijk bereikbaar. Normale mensen verhuizen of zoeken een baan elders, maar als je Anton Pijpers heet en bibe Bobo bent – bibe staat voor bijzonder bevoorrecht – heb je een auto met chauffeur en dure vliegtickets naar het einde van de wereld. Misschien dat er daarom op ‘onze’ Nederlandse universiteiten geen Nederlands meer wordt gesproken. Effin, het mag wat kosten. Tijd dat de rector magnificus zijn heil elders zoekt zegt u? Helemaal mee eens, maar ook dat is een dure grap. Komt zo.

Niet dat de hoogte van het bedrag of waar het aan uitgegeven is, enige discussie opwekt in de Utrechtse universiteitsraad. Nee, laten we lekker de boodschapper ophangen, een vuige student die durft te ageren tegen het academisch pluche. Vrij vertaald als een jonge hond die de mores van hen die voor zichzelf en hun vriendjes zorgen, niet begrijpt. Het woord afkeuren komt nooit op in het hoofd van Floris Boudens’ tegenstanders. Vroeger was alles beter. Toen had je tenminste nog vorm boven inhoud. Anno 2019 is het triumviraat werkelijkheid geworden en prijkt geld boven vorm of inhoud.

Een paar dagen later worden de vertrekplannen van de grote baas van het Amsterdamse Academische avontuur aangekondigd. Kort gezegd: van één universiteitsbestuurder op reis, kun je er twéé buiten dienst stellen. Da’s best veel geld ondanks dat 2.000 euro aan collegeld een koopje is voor 35 gemiddelde Amsterdamse studenten. Eenmalig mag ik hopen. Ondertussen bloeden, jaar in, jaar uit 70 voltijdsstudenten in Utrecht voor de reiskosten van hun rector magnificus. Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst. Misschien meer televergaderen en minder vliegen? Briljant idee al zeg ik het zelf. En dan bedoel ik niet alleen het weggegooide geld, maar ook het milieu. Tot die tijd: wie de jeugd heeft, heeft de toekomst. Een kniesoor die let op de mitsen en maren. Hypotheek op de rest van je jonge leven? De rector-magnificus en zijn vriendjes zijn dan allang dood.

“Minder vliegen voor het milieu?”
“Dood, zo dood als een pier!”
“U bedoelt wat?”
“Kansen, toekomst, eigen huis en het milieu.”
“Nou u durft wel!”
“Na mij de zondvloed, maar druk dat maar niet af. Klinkt zo slordig, euh onprofessioneel als wetenschapper dinges enzo.”

Ondertussen mag Matthijs van Nieuwkerken niet meer verdienen dan de minister-president. Ze hadden er ook een paar euro bovenop kunnen doen. Laten we zeggen twee ton rond. Dan vermijd de politiek de indruk dat zij zich belangrijker vinden dan alles en iedereen, als in de mensen die zij beloven te dienen in een echte democratie.

Ach, misschien dat de publiekspresentator nog een extra zakcentje kan bijverdienen door zijn afscheid zelf – maar wel ver weg – te organiseren.

Kopfoto Hans Ripa op Unsplash / Vasily Koloda op Unsplash (bewerkt en gecombineerd)

RDWdata Vindt de Melkkoe Opnieuw Uit

Kwijtschelding waterschapsbelasting is een van de meest voorkomende vragen deze tijd van het jaar op het spreekuur waar ik vrijwilliger ben. Om daarvoor in aanmerking te komen moet je niet te rijk zijn, logisch. Een van de dingen die getoetst wordt is of je een auto hebt en zo ja, hoeveel die waard is. Is dat meer dan 2269 euro, dan kom je in principe niet in aanmerking. Maar hoe kom je nou achter de waarde van dat oude Opeltje dat je client bezit?

In het verleden heb ik nog wel eens geluk gehad door het kenteken online op te zoeken. Vandaag niet en een van de eerste links leidt rechtstreeks naar de website van RDWdata. Helaas pech, want de huidige waarde staat er niet bij.

Van onze overheid verbaast weinig me meer. Geen betere manier om het draagvlak om zeep te helpen dan administratiekosten bij verkeersboetes te rekenen. Die truc waar je moet betalen voor de politietelefoon als het geen spoed heeft, nog beter. Glorieus misleidend plan, als het aantal meldingen inderdaad daalt kun je zeggen dat het jouw geweldige beleid is. De veiligheid daarentegen… Vermoed dat de politie zelf er ook niet al te blij mee is.

Op de website van RDWdata lees ik dat voor een paar euro die extra auto info via je telefoon op te vragen is. De prijs en het aantal berichten wordt netjes vermeld. Maximaal vier berichten voor twee euro per stuk. “Slechts” acht euro is best wel kassa voor een eenvoudige vraag. En waarom vier berichten voor een getal? Leren ze het dan nooit?

Dan gaan we dus niet doen en ik lees verder, zelfs gratis offertes voor verzekeringen. Dan pas wordt duidelijk hoe slim de naam RDWdata gekozen is. Het is een commercieel bedrijf dat voor een habbekrats gegevens van het echte RDW koopt en ze handevol habbekratsen met jou en mij deelt. De ronkende tekst op de website vat het prachtig verwarrend samen:

“De RDW is een instelling die alle voertuigen en rijbewijzen in Nederland registreert. RDWdata.nl bundelt alle openbare gegevens van de RDW en maakt deze inzichtelijk op kentekenniveau.”

Het duurt even maar dan vind ik het. Op een volgende pagina staat bij de kleine lettertjes dat “RDWdata is leverancier van de data maar niet de bron.” Ook de melding in de kop valt pas later op. “RDWDATA.NL IS GEEN ONDERDEEL VAN DE RDW MAAR VERWERKT KENTEKENGEGEVENS IN EIGEN PRODUCTEN.” Je zoekt immers op kenteken en kijkt naar de wirwar van uitkomsten. Slim gedaan. Die hoofdletters maken het overigens niet beter leesbaar.

Technisch gezien heeft RDWdata het uitstekend voor elkaar. Rechtstreeks vanuit Google zoeken. Minpuntje is dat het woord RDW twee keer valt in de beschrijving van de site. “RDW – Alle RDW-gegevens op RDWdata.nl.” Ook de beschrijving van de website begint met het woord RDW.  Vergelijk dat eens met het tweede resultaat.

Afbeelding: Google met zoekvraag RDWdata.

Niet dat de RDW een lichtend voorbeeld is. Via de website probeer ik te begrijpen of het zakelijk gedeelte een aparte website heeft, maar echt duidelijk wordt het allemaal niet, de prijzen wel. Als zakelijke klant kun je kiezen. Je betaalt 15 cent per keer via het internet. Jouw computer aan die van het RDW koppelen kan ook. Dat kost eenmalig 510 euro. Daarna betaal je zes cent per keer. En hoeveel betalen wij als particulier ook al weer aan RDWdata? Misschien een tip voor het RDW om zelf te vermelden dat ze niet betrokken zijn bij RDWdata. Gratis, ouderwetse service, omdat je er bent voor de burger.

Overigens, die grens van 2269 euro komt omgerekend uit op 5000 gulden. Ik vermoed dat die al 17 jaar niet meer verhoogd is. Bij een inflatie van twee procent per jaar – daar streeft de centrale bank naar – kom je uit op een stijging van 40 procent sinds 2001 (1.02^17). Misschien eindelijk dat bedrag optrekken naar 3177 euro?

Je kunt wel zeggen dat RDWdata gemakkelijk geld verdient, maar je hoeft geen zaken met ze te doen en het is in ieder geval nog een beetje te controleren. Ik heb meer respect voor handige ondernemers dan een overheid die zogenaamd meeleeft met de minderbedeelden, maar ze wel ieder jaar stiekum een beetje minder laat houden, da’s de echte melkkoe.

Kopfoto: website RDWdata

Snelrecht is een Voorrecht

Laat ze maar sudderen.

Bibber de bibber, het Ministerie van Justitie roept weer eens hoog van de toren. Als je niet weet wat straf is, moet je de rechter misschien niet adviseren in de strafmaat.

Nationaal Volksfeest A, B of C komt er weer aan. De persofficier van Justitie blaast hoog van de toren. Snelrecht, dat zal ze leren! Hoe ouder je bent, des te slimmer. Mijn oma had een gietijzeren braadpan die de oorlog overleefde en werd met de jaren beter. Sudderen was haar geheim.

Natuurlijk moeten lui die rottigheid uithalen zich verantwoorden, maar gewild of ongewild is een gedeelte van de straf de wachttijd tot je voor de rechter staat. Geen persoonlijke ervaring, maar het lijkt me dat je leven stilstaat, lastig solliciteren enzo.

“Ik ben de beste kandidaat en super gemotiveerd”
“Voordat we u een aanbod doen, moeten we nog ergens rekening mee houden?”
“Waarschijnlijk piep ik er voor een jaar of vijf tussen uit, maar dat weet ik pas over 24 tot 36 maanden.”

Als je je wil misdragen, doe het dan op een nationale feestdag. Niet dat het OM die dag werkt – en nee geen grapjes dat ze daar allemaal deeltijd aanwezig zijn – maar de dag erna sta je meteen voor de rechter. Geen eindeloze wachttijd waarin je leven pas op de plaats maakt.

Wil je het tuig echt straffen, geef ze dan geen voorrangsbehandeling en laat ze op hun beurt wachten!

Kopfoto gemaakt door Randy Colas, gevonden op Unsplash.

Rouwkaart

Omdat m’n broek afzakte toen de machtige TV presentator een dappere, eenzame postbezorger kleineerde op TV – “in het belang van de consument.”

Als je het over platgetreden uitspraken hebt: er is in het leven meer zekerheid dat jouw rouwkaart op tijd en correct bezorgd wordt dan dat de belastingdienst dinges dit of dat doet.

Sterfgeval in de familie, dit keer staat het wat verder van me af. Ik richt mij op de nabestaanden. Aan de keukentafel schrijven ze rouwkaarten, nog steeds de beste manier om een niet-te-missen bericht te versturen. Via de app voeg ik een link naar Post.NL toe waarin staat dat de post ook op zondag rouwkaarten ophaalt. Fijn en zeker in een wereld waar niet mensen, maar alleen geld lijkt te tellen.

De meesten van ons hebben geen flauw benul, maar er is geen belangrijker bericht dan een rouwkaart voor onze Post. Veel dingen zijn veranderd sinds ik als student bij de Post werkte, maar het niet het plichtsbesef, trots en fanatisme – en soms is dat heel goed – waarmee die belangrijkste berichten op cruciale dagen bij iedereen worden bezorgd. Keihard gegarandeerd.

Begin jaren negentig solliciteerde ik, onwetend, naar de baan van baby-ijsbreker: de eerste student die op zaterdag pakjes bezorgde. In het begin keken mijn voltijds-collega’s me een beetje aan, maar al gauw stond er op driekwart van mijn route een collectie rode busjes obstinaat geparkeerd. Het “jonkie” werd even geholpen, zodat we allemaal op tijd naar huis konden. Het motto was overigens “allemaal” en niet “snel.” “Goed” behoefde geen krans. Een brief of pakje bezorgen was iets om trots op te zijn, het was een levenslijn met de rest van de wereld. Dat deed je goed – én op tijd. Pas jaren later realiseerde ik mij de waarheid – en perfecte reclameslogan: “een te-laat-bezorgde brief is een niet-bezorgde brief.”

De ploegbazen waren mannen van het oude stempel die nieuwe wijn in oude zakken moesten leren drinken. Ze stuurden je terug voor dat “vergeten” pakje, zelfs als het bedrijf op zaterdag gesloten was. “Dat is onze afspraak met de klant!” Niks nieuws onder de zon, zo werkt het al eeuwen. Simpel, eerlijk en solide.

Te serieus voor een of ander prul in papier? Tijd om pas op de plaats te maken. Natuurlijk scheurt een pakje wel eens open. Volledig neutraal en honderd procent professioneel heb ik de cursus tantrische partnermassage op volgorde terug in de bestelling gedaan voor ik aanbelde bij de kapitale villa. Wat moest ik anders? Terug naar kantoor en een stempel aan mijn baas vragen met “beschadigd ontvangen?” Over discretie gesproken.

De postbode hoeft niet te weten wat erin dat pakje of brief zit om te weten dat het belangrijk is. Het is je werk en je doet het goed. Mensen vertrouwen terecht op je. Geen koppel liefdesbrieven weegt gelijk noch twee bankberichten. “Een brief is van, voor. Leg ‘m onder je hoofdkussen of verscheur ‘m, boeit me niet. Die brief is belangrijk en dus doe ik het goed en op tijd.” Een van de mooiste dingen van de beroepstrots van postbezorgers. En ja, zij zijn ook mensen, dus soms gaat het fout. Wanneer dat onmogelijk is, treedt het perfectie-protocol in werking. Nooit aandelen gehad in de post, maar dit komt uit de grond van mijn hart. Geen idee hoe het er tegenwoordig bij de post aan toegaat, maar in mijn studententijd hadden de mannen en vrouwen van de post onkreukbare beroepstrots – en handelden ernaar met uitmuntend resultaat. Dat blijft een les waarvoor ik mijn leven lang dankbaar ben. Zelfde verhaal staat overigens ook in het handboek voor beginnend diplomaten en ambtenaren.

Terug naar de tranen. Simpel gezegd, rouwbrieven zijn heilig. De meesten worden aangeleverd in een vierkante envelop omlijst door een zwarte rouwrand, gefrankeerd met een speciale, neutrale postzegel. Als je verdriet je overmant en je gooit ze per ongeluk in de brievenbus, geen zorgen. Na lichting worden ze er binnen luttele minuten uitgevist door iemand die bij wijze van spreken zijden handschoenen draagt.

Ook bij de zware gevallen wordt niet gezucht. Stel dat een van die enveloppen voor je langverleden oom Sjakie is. “Ergens aan het einde van dat derde dwarspad, dinges” is best een lastig adres. Ongeveer is goed genoeg, dit is tenslotte cruciale post die geen vertraging kan dulden. Desnoods belt de bezorger aan bij alle huizen tot het einde van de straat, maar hij zal jouw ome Sjaak vinden. Vergis je niet in zo’n taak.

“Dag meneer, ik ben de postbode en ik weet dat het maandagmorgen is. Sorry dat ik aanbel, maar ik heb een brief voor meneer Sjaak. Ben ik aan het juiste adres?”

Afscheid nemen is niet leuk, zeker niet na een lange stilte, maar de postbode geeft jou die keus – en dus op tijd.

Trots, plichtbesef en prachtig fanatisme, in tegenstelling tot politici en managers komt de postbode niet met mooie verhalen. Hij zorgt ervoor dat op die verdrietige momenten, wanneer de dingen weer in het juiste perspectief worden geplaatst, het in orde komt. Alle post is belangrijk maar deze enveloppe is kritisch. Als de managers bij PTT Post toch eens meer naar hun mensen zouden luisteren en begrijpen dat ze achter de oplossingen aanlopen als ze roepen: “ik wil geen vragen, maar antwoorden.” Geeft ze wel de tijd om over de toekomst van het postverkeer – en de mensen voor wie ze verantwoordelijk zijn – na te denken.

Hoe het met ome Sjaak afliep weet ik niet, maar aan de mannen en vrouwen van de Post lag het zeker niet. We kunnen allemaal wel krijsend luid klagen, maar voor 99 procent zijn het mensen die hard werken, een verschil maken, trots zijn op hun werk en dat stapje extra doen – al voor het nodig is.

PS
Wist je trouwens dat rouwkaarten niet door de machine gaan maar handmatig gestempeld worden? Daarom zie je alleen een datumstempel op de postzegel en wat golfjes ernaast. Het verdriet is al erg genoeg, moet je niet ook nog een lollig bedoelde reclametekst zien waardoor je hart nog verder scheurt.

Kopfoto gemaakt door Serhat Beyazkaya, gevonden op Unsplash.

Decemberlijstjes. Hoe de Vaderlandse Pers de Plank Misslaat

Waarin een klein kikkerlandje niet genoeg keuze heeft om zich fouten te veroorloven

December. Weer een top tig. Nederlandse boeken dit keer. Matig interessant, maar van achter naar voor én gemengd. Dus klik en weg.

Mijn teleurstelling in de polderpers is waarschijnlijk voor het leven. Bijna dagelijks komen er verse redenen binnen die mij tegenwerken in het ontdekken van meer positieve persgevoelens. Neem de Volkskrant, die een decemberlijst publiceert.

Het Nederlands omvat een klein taalgebied. Wil je weten wat er speelt in de wereld zonder een paar jaar – of voor altijd – te wachten, lees je beter in het Engels. Mijn respect voor de Volkskrant is daarom des te groter dat zij komt met een lijst van 51 beste boek voor 2018. Eerlijk gezegd heb ik geen idee waarom het exact 51 titels zijn. Misschien heeft de journalist een allergie voor 50 Tinten Grijs. Het kan ook zijn dat het aflopende jaar 51 volle weken telde. Hoe dan ook, het kan niemand schelen. Maak het de lezer makkelijk, verleid hun, gebruik ronde getallen.

Eerder deze week kwam ik op de website van de Amerikaanse omroep CBS een lijst tegen met de ongeveer 50 beste films van dit jaar, het kunnen ook TV series zijn geweest. De vormgeving was zo triest dat zelfs een holbewoner nog begrijpt dat het enige doel meer oogballen is. De makers geloven dat wij klikkneuzen er toch wel voor vallen. Als je – met gratis onleesbare vormgeving – voor iedere volgende film op de lijst moet klikken, verliezen zelfs onlinezombies alle interesse. Een klassiek voorbeeld van een domme, hebberige klikpublicatie. Journalisme is hier duidelijk niet het juiste woord. Gelukkig maar, want klik op het kruisje en schermpje dicht.

Daarnaast hou ik niet van lijstje die van laag naar hoog gaan. Een andere opsomming waarop ik stuitte bevatte de 150 beste films van 2018. Natuurlijk van achter naar voor. Daarmee geef je als schrijver een brevet van onvermogen af. Niemand is geinteresseerd in een film die voor 23 euro is gemaakt, bijeengebedeld middels een inzamelingsactie op internet. Hoog naar laag, dat willen wij klootjesmensen anders klinkt het afhaakalarm. De enige reden dat we blijven lezen, is omdat de journalist een interessante pen heeft. Door het pulp van het afgelopen jaar waden om het uiteindelijk niet eens te zijn met de keuze van de auteur, leidt nooit tot meer kliks. En dan heb je nog geluk, de winnaar is meestal weinig verrassend. Zeg nou zelf een reis van pauper pulp naar ach gossie is toch alleen interessant als het goed gekookt en opgediend wordt?

Onduidelijkheid is helemaal de hond in de pot. Toch doet de Volkskrant een poging. Het is zo cliche, maar The New York Times is echt een goede krant. Natuurlijk erger ik mij aan dat rare inschuifraam met commentaren. Je mening geven is meestal niet eens toegestaan, maar dat terzijde. De belangrijkste kritiek op hun maandelijkse boekenlijst blijft dat de samenstelling ondoorzichtig is. De scheiding tussen fictie en non-fictie – ik vertaal het als het verschil tussen vertellingen en boeken over kennis en feiten – is wel nuttig. Op de middelbare school moest ik een leeslijst samenstellen. Natuurlijk vluchtte ik in het magisch realisme. Romans zijn niks voor mij. Een van mijn favoriete boeken dit jaar is dan ook ‘Besmet Bloed‘ (mijn vertaling van Bad Blood). Een middelmatige blondine in een zwarte coltrui a la Steven Jobs houdt jarenlang investeerders (vooral oude grijze mannetjes) in Silicon Valley voor de gek. En helaas ook patienten.

De Volkskrant doet lijstjes anders. Gooi de boel gezellig bij elkaar en trek je niks aan van de diversiteit van je publiek. Vergeet vooral dat lezers een verhulwoord is voor klanten, als in boterham, hypotheek en krijsende kinderen. Romans zijn niet voor mij. Lijstjes van achter naar voren al helemaal niet. Wat vonden jullie leuk en waarom, dat wil ik weten. Binnen bepaalde grenzen natuurlijk. Verleid me met je pen. Er is nul spanning in een lijstje dat van achter naar voren gaat. Nederland heeft 17 miljoen mensen. Hoeveel daarvan schrijven? Zelfs al is het een promille, welk dertiende daarvan is leeswaardig? En dan nog, wat als het onderwerp niet mijn interesse heeft?

Als je wil dat mensen het lezen zodat robots binnenkort je werk overnemen, ga zo door. Anders moet je misschien eens nadenken over hoe je je een ambachtelijk produkt kunt leveren. En nee, nog meer plaatjes helpt niet.

Pssst. Wat ik dan wel weer leuk vind, is het doorleeslokkertje na afloop van de lijst. Keihard kort én krachtig: de drie beste boekomslagen van 2018. Jullie kunnen het wel, Volkskrant. Zolang jullie maar als lezers denken en niet kwijlen als machines die gecodeerd zijn om kliks te creeren. Daar krijg je geen blije lezers – en adverteerders van!

Kopfoto gemaakt door Patrick Tomasso, gevonden op Unsplash.
 

Oh Oh Onkyo! Receiver zo stil als een baksteen

Als ik een digitale baksteen wil die ineens zijn mond houdt, koop ik ‘m wel.

Hifi fabrikant Onkyo verkoopt jarenlang defecte apparatuur. Natuurlijk wordt het ontdekt en een reparatieactie volgt. Weer zijn ze niet eerlijk want het nummer van mijn receiver staat niet op het lijstje. Als die een paar jaar later toch kapot gaat, is de boel verkocht. Bij de nieuwe eigenaar krijg ik geen gehoor – maar wel een lelijk afpoederbericht.

Ontwetend, rond 2010 een Onkyo receiver gekocht. Al snel liep het internet vol met akelige verhalen over high-end Japanse receivers die plotseling de geest gaven. Geruchten promoveerden tot feiten en het probleem werd steeds hardnekkiger – maar altijd stug ontkend. Hardleers bleef de Japanse premium audio fabrikant zeker vier jaar lang receivers verpatsen die het ieder moment konden begeven.

Voor het gebeurde had Onkyo een uitstekende reputatie. Zeëen vol containers met Onkyo apparatuur die het op mysterieuze wijze begaven nadat de eindgebruiker er de hand op legde, dwongen de Japanners over de brug te komen. Dan kun je niet anders dan “uit coulance” – normale mensen noemen dat de prijs voor jarenlang willens en wetens troep verkopen – een reparatieactie starten.

“Ach je bent iig niet de enigste…” Relativeren is een superkracht. Mijn broer is niet alleen de leukste thuis maar ook wijzer dan zijn grote broer.

Toen ik mijn serienummer een paar jaar later op de website controleerde, behoorde ik tot de gelukkigen. Mijn apparaat zou geen J-plop doen en kwam niet voor reparatie in aanmerking. De tijd verstreek en ineens werd het doodstil, het geluid verdween een maand geleden, net als de netwerkverbinding. Beide zijn klassieke symptomen van wat Onkyo jarenlang als top-faalaudio aan de wereld sleet. Zelfs het Engelse blad What Hifi? had mijn TX NR609 uitgeroepen tot beste koop. Wisten zij (en ik) veel? De Japanse premium audio fabrikant wist wel degelijk waar ze mee bezig waren, minimaal vier jaar lang rotte apparatuur aan de wereld serveren.

Toen ik 16 was, ca 1984, vulde ik eindeloze vakken met soep en hagelslag bij onze lokale supermarkt. Van het geld wat ik verdiende kocht ik stukje bij beetje mijn stereo-installatie. Tegenwoordig verdien ik gelukkig beter maar dat betekent niet dat ik genoegen neem met minder. Ook er zijn nog steeds kinderen die hard sparen voor hun eigen geluidssysteem. Het enige wat veranderd is, is dat tieners nu van Dolby 7.1 dromen in plaats van Dolby ruisonderdrukking bij hun cassetterecorder.

Nadat mijn receiver floep zei, keek ik op de website van Onkyo. Repareren doen ze niet meer aan. Herstellen is natuurlijk sowieso een hopeloze zaak als ze bijna allemaal kapot gaan. Een korting van EUR 175,= op geselecteerde modellen – vast de duurdere – was wel mogelijk. Welke zot trapt daarin?

Jarenlang heeft Onkyo willens en wetens, dag in, dag uit, vanuit Japan scheepsladingen hifi receivers de wereld over gestuurd, wetend dat het apparaten waren die binnen een paar jaar net zoveel geluid als een baksteen zouden produceren. Bewust, want in de tijdsspanne tussen twee WK’s voetbal heb je het probleem echt wel boven water. Toch doorgaan en mensen centjes afhandig maken.

Dat was het eerste kruisje voor inmiddels ex-topmerk Onkyo. Het tweede punt tegen, komt als ik ontdekt dat de Japanners niet eerlijk zijn over hoeveel apparaten “kwaliteitsproblemen” hebben. Nadat ik hoor van de kwaliteitsproblemen met Onkyo receivers, zoek ik mijn serienummer op. De website stelt mij gerust, niets aan de hand. Nu is het apparaat toch kapot en ik kijk ik nogmaals op de website. Mijn dode muziekmachine hoort ineens wel bij de slachtoffers. Als Onkyo eerlijk was, hadden ze dat destijds verteld en had ik ‘m ter reparatie aangeboden voordat het een doodstille baksteen was. Gemeen gul als de nieuwe eigenaar Aqipa is, resteert alleen met “coulance” opnieuw een Onkyo apparaat kopen. Ja, met korting – en nee! – waarom zou ik? Het geluid en netwerkverbinding zijn voor altijd weg, net als mijn vertrouwen in Onkyo. Waarom zou ik ooit nog iets van hen kopen?

Wie niet waagt, die niet wint dus ik stuur een mailtje naar het serviceadres van Onkyo ergens in Duitsland. Het antwoord leert mij dat ik echt helemaal nooit meer Onkyo ga kopen. Horen jullie dat in Japan? Het enige wat ik vraag – met teveel woorden – is of ze ‘m alsnog kunnen reparen. Lijkt me redelijk omdat mijn serienummer destijds niet bij de zieke modellen stond en ik dus geen problemen hoefde te verwachten. Een gerepareerde tweedehandsje is ook prima, ik luister alleen radio.

Misschien heeft de helpdeskmedewerker een slechte dag, maar het antwoord is lelijk en onprofessioneel. Samengevat: ik ben een vervelende klant en Onkyo Europa is verkocht en ze zijn er een beetje klaar mee. Zeur niet! Basta! Werkte het maar zo met betalen van rekeningen. “Wij zijn overgenomen, dus die openstaande factuur betalen we lekker niet. Nieuwe eigenaren enzo. Puhuh!”

 

“De versterker deed het perfect tot er van de een op andere dag geen geluid meer uitkwam. Ik ben niet technisch dus…”

 

Van het weekend nog even met mijn broer over gehad en die keek voor de grap op Marktplaats. Als je me niet gelooft, zoek eens naar de Onkyo TX NR 609. Er gaat een wereld voor je open. Geluidloos, dat wel, in tegenstelling tot de versterker die ik in 1984 na noeste arbeid bij elkaar had gespaard.  Die reutelt een paar decennia later vrolijk verder in een nieuw thuis als ik ‘m weggeef omdat ik iets moderners wil. Arme 16-jarige mennekes van nu die zolang sparen voor hun eigen Oinkyo DTS Dolby5.1 High End Receiver. Helaas, de meeste mensen lijden in stilte.

 

Hieronder mijn mail met de helpdesk van Aqipa GmbH / Onkyo /Pioneer.

Geachte Gert Jan,

Nee dat zal niet meer gaan. Het programma dat al jaren!! liep, is door onze nieuwe eigenaren Aqipa nu dan echt stopgezet & ik kan u daarvoor dan ook verder niks aanbieden.

Lees hier https://www.nl.onkyo.com/en/customer-service-program-118747.htm

U kunt natuurlijk wel contact opnemen met een service center voor reparatie. Ik moet wel zeggen als ik zo’n mail krijg met zoveel onwaarheden en onzin, sja wordt ik niet echt vrolijk van, jammer. Ik ga er verder ook niet op in.

Met Vriendelijke Groeten/ Best Regards

[voornaam]

Customer Care

Aqipa GmbH
Erchinger Weg 1c
D-85399 Hallbergmoos / Germany
www.aqipa.com

?Sitz der Gesellschaft: Hallbergmoos
Geschäftsführer: Ing. [voornaam] [achternaam] Eingetragen im Handelsregister Amtsgericht München unter HRB 106226
UST-IdNr. (VAT No).: DE 165703965

09/11/2018 09:10 – Gert-Jan wrote:

Support Request

———————————————-
———————————————-

Dag Onkyo,

Een paar weken geleden heeft mijn TX NR609 receiver het begeven. Twee symptomen, geen geluid meer en zoeken naar netwerk tegelijk. Onkyo heeft lang een reparatieactie gehad vanwege structurele defecten en een paar jaar geleden heb ik mijn serienummer (3342mp5121020103) gecontroleerd. Daar was niets mee aan de hand.

Toen de receiver er plots prompt mee stopte heb ik nogmaals het serienummer gecontroleerd en ineens zit ie wel bij de apparaten met gebreken, alleen nu repareren jullie ‘m niet meer, maar kan ik 175 terugkrijgen als ik een nieuwe Onkyo koop.

Na Kobe Steel, Mitsubishi Materials Corp en KYB Corp (van de schokdempers voor gebouwen bij aardbevingen) is Onkyo nu al het vierde Japanse bedrijf waarvan ik lees dat er “kwaliteitsproblemen” zijn.

Mijn vraag is of jullie ‘m alsnog willen komen repareren of evt omruilen voor een refurbished model, maakt me niet uit. Het is niet netjes van Onkyo om eerst te zeggen dat er niets aan de hand is en later blijkt dat wel, maar repareren jullie ‘m niet meer. Mijn vertrouwen in Onkyo is geschaad doordat er jarenlang defecte receivers uit de fabriek zijn gekomen, maar wat echt vervelend is, dat als mijn serienummer destijds netjes was toegevoegd aan de lijst van te repareren apparaten, ik dit probleem nooit had gehad. Daarom wil ik voorlopig ook geen nieuwe Onkyo receiver kopen – zelfs niet met EUR 175 korting – alleen op door Onkyo geselecteerde modellen. Sorry, maar ik vind het niet netjes van de fabrikant.

Nogmaals het verzoek om mijn receiver alsnog te repareren of om te ruilen.

Met vriendelijke groet,

Gert-Jan

 

Kopfoto: Onkyo

Zorg en Marktwerking

Zorgkosten rijzen uit de pan. Het is in ieders belang dat Nederland ze onder controle krijgt. Soms gaat er een zorgondernemer failliet. Vervelend, vooral voor patienten en medewerkers, maar laten we ook zorgen dat de lessen tot versteviging van ons zorgstelsel leiden.

Voordat je kunt deelnemen aan enige discussie, moet je vooraf je positie bepalen. Gezondheidszorg is een algemeen goed, zoals bijvoorbeeld defensie. In 95 procent van de gevallen moet een patient zonder meerkosten geholpen kunnen worden.

Waar veel mensen niet aan willen, is dat er een grens is aan wat wij als maatschappij kunnen en willen bekostigen. Een medicijn voor een miljoen per jaar, graag? Maar wat als dat pilletje een miljard kost? En heb je ooit gedacht over hoe dat geld anders besteed kan worden? Meer geld naar onderwijs of extra blauw op straat? De zak geld die naar de belasting gaat, we verdienen met z’n allen die pecunia, is niet eindeloos. Geld lenen omdat mensen er nou eenmaal recht op hebben, lijkt leuk totdat je nadenkt over de last die het voor toekomstige generaties betekent. Je wilt tenslotte ook niet dat jouw kinderen de hypotheek op jouw huis moeten afbetalen terwijl je allang onder de groene zoden ligt.

Zorg is letterlijk een kwestie van leven en dood – als in onomkeerbaar. Zelfs als dat niet het geval is, wil niemand voortstrompelen tot het bittere einde in eeuwige pijn. Die solidariteit en medemenselijkheid maakt dat de meeste mensen begrijpen dat er keuzes gemaakt moeten worden.

Een jaar of wat geleden werkte ik in de zorg aan de invoering van gemiddelde prijzen per ziekte (DBC). Jan en alleman was zoals gewoonlijk tegen. Vraag het ze zonder dat ze weten waar het over gaat: “voor of tegen?” We zijn altijd tegen veranderingen. De analoge pers, zich langzaam realiserend dat ze verdronk in de zee van enen en nullen, hielp ook al niet. Ophitserige klikstukjes over zielepoten die 1.000 euro moesten betalen voor een bezoekje aan de Eerste Hulp. Kan me niet herinneren dat er kranten waren die fulmineerden over patienten die het ziekenhuis uitliepen [sic] terwijl de rekening die aan hun verzekering werd gestuurd, te laag was.

Voor mij is solidariteit – onder de paraplu van gezond verstand en grenzen – een van de belangrijkste kenmerken van de Nederlandse gezondheidszorg. Geloof me, 99 procent van ons Lage Landje is niet rijk genoeg om een intensieve medische behandeling te betalen en vroeger of later komt die dag voor ons allen.

Met de invoering van de DBC’s kwamen ook de zorgondernemers. Vanzelfsprekend verdienen zorginstellingen een schop onder hun kont, je geeft immers andermans centen uit en als het gemakkelijk geld regent, wordt je lui. De belangrijkste kritiek op gemiddelde zorgprijzen is dat ze niet kloppen, dat klopt! Het is echter onmogelijk om voor iedere behandeling de echte prijs te berekenen. De gevleugelde uitspraak “verschillende kosten voor verschillende doeleinden” is zo waar. Hoe verdeel je de kosten van mensen die de website onderhouden? Per patient? Dat kan. Sommige patienten zijn echter veel duurder dan anderen, wat nu? Afschaffen dan maar?

Zorgondernemers worden gedreven door een varieteit aan motieven. Sommigen onderwerpen zich aan Plutus, de Romeinse god van de rijkdom. Anderen, meer puur op de graat – en meestal gedreven dokters – willen het beste voor hun patient, kostte wat het kost. Soms is beroepsdeformatie het grootste compliment wat je iemand kunt maken.

Uiteindelijk zorgen al die verschillende krachten ervoor dat ons zorgstelsel langzaam uit elkaar getrokken wordt. Een kliniek voor dermatologie heeft minder kosten dan je eigen privé praktijk voor moeilijke chirurgie. Een ziekenhuis zonder mensen die voor alle overige zaken, zoals receptie, zorgen, is niet werkbaar. Het werk is belangrijk en hun salaris moet ergens van betaald worden. Maar hoe minder hoe beter en daarom zie je vooral privéklinieken voor huidziekten, maar niet voor hartchirurgie. De overheid bepaalt de prijzen en afhankelijk van je medische voorkennis is het soms, zelfs met de beste financiele genieen, onmogelijk om een specialistisch kostendekkend medisch centrum draaiend te houden. Dat is niet de schuld van de artsen, netzomin als het de schuld is van doktoren die winst maken op hun prive praktijk. Zoals altijd: de politiek beslist.

Experimenteren is noodzakelijk. Niemand wil dat er zoveel geld aan het laatste levensjaar van hun ouders wordt besteed, dat de wijzer naar de andere kant doorslaat en hun [klein]kinderen geen toekomst meer hebben. Toch maken veel mensen zich zorgen over die verdeling. Het zorgstelsel in haar huidige vorm heeft niet alleen financiele voordelen, maar ook nieuwe, universeel inzichtbare toepassingen gebracht. Nu is het aan de politiek om daaruit lessen te trekken en vervolgstappen te nemen.

Artsen worden iedere dag gedwongen moeilijke keuzes te maken. Sommige artsen zoals oncologen (medici gespecialiseerd in het gevecht tegen kanker) hebben niet eens de luxe om hun patienten alternatieven voor te leggen. Ondertussen zitten zij, die luidkeels hebben geroepen de verantwoordelijkheid te nemen voor een “beter” [sorry, kon het niet laten] Nederland, dagelijks met hun gevoelige billetjes op het pluche. Tijd voor actie dames en heren parlementsleden! Lees en leer. En nee dat is geen keuze tussen trouw aan het coalitieaccoord of de partijdiscipline versus het belang van alle Nederlanders. Het gaat om het verschil tussen diegenen die terecht in de Kamer zitten en zij die hebben gekozen daar in te verdwalen.

Kopfoto gemaakt door rawpixel, gevonden op Unsplash